Weg naar succesvolle ‘oogst’ voor Belgische agri-PV is bezaaid met diverse hindernissen
Terug
Het potentieel van agri-PV, het combineren van het opwekken van zonnestroom en het telen van gewassen, is groot. Maar is dat ook het geval in België? Wat houden die kansen in, wat is nodig om deze te verzilveren en op welke termijn gaat dit gebeuren? Zoë Scheerlinck en Cas Lavaert, onderzoekers bij KU Leuven, zien nog duidelijke obstakels, zowel op financieel als wettelijk vlak, voor een grootschalige uitrol in ons land.
Ruim zes jaar geleden begon KU Leuven met een onderzoek naar de mogelijkheden van agri-PV in België. Dat resulteerde in drie proefprojecten. Het begon bij een landbouwer in Grembergen, waar suikerbieten tussen verschillende zonnepaneelsystemen werden geteeld. Een tweede pilot werd gerealiseerd op een perenboomgaard in Bierbeek: hier werden semitransparante zonnepanelen boven de perenbomen geïnstaleerd. Daarnaast werd geëxperimenteerd met een hoge zonne-overkapping boven wintertarwe en spinazie.
Virtueel testen
“Bij het ontwerpen van deze sites werd een simulatiemodel gebruikt van Elektrische Energiesystemen en -toepassingen (ELECTA) in Gent, de onderzoeksgroep waar ik werk. Hiermee wordt bijvoorbeeld de hoeveelheid licht die de gewassen krijgen, de mogelijke impact op de gewasopbrengst en de stroomproductie berekend. Zo kunnen verschillende opstellingen voor de bouw virtueel worden getest. Ons model is online beschikbaar en wordt steeds vaker gebruikt, ook door boeren”, vertelt Lavaert.
Lacunes
Agri-PV-systemen verschillen elektrotechnisch eigenlijk niet van andere PV-toepassingen. De onderconstructies zijn de afgelopen jaren verbeterd, waardoor minder staal vereist is en de kosten dalen. Dat neemt niet weg dat er nog altijd belangrijke researchgaps zijn. Zo bestudeerde KU Leuven slechts van enkele gewassen hoe die reageren op de combinatie met zonnepanelen. Daarnaast is er nog veel te leren over de invloed van agri-PV op omgevingsfactoren, zoals temperatuur, luchtvochtigheid, wind en licht.
Impact zon en regen
“Ik richt me dan weer specifiek op microklimaat en waterverdeling. Minder zon betekent minder verdamping, waardoor de bodem langer vochtig blijft. Een teelt onder zonnepanelen vergt in theorie dus minder water. Bovendien is het regenvolume niet overal gelijk: de panelen houden een deel tegen, waardoor het water op andere plekken geconcentreerder naar beneden komt. Ik onderzoek hoe dit het bodemvocht, de plantengroei en de waterbehoefte beïnvloedt. Daarnaast bekijk ik hoe er slimmer met water kan worden omgegaan, bijvoorbeeld via irrigatie, ook in nieuwe pilots”, verduidelijkt Scheerlinck, PhD-onderzoeker bij de Afdeling Bodem- en Waterbeheer van KU Leuven.
Proefproject rond frambozen
Laag zachtfruit, zoals frambozen en bramen, gedijt redelijk goed onder schaduwrijke omstandigheden. Deze gewassen worden bovendien vaak al onder voornamelijk regenkappen en netten geteeld, waarmee de infrastructuur voor zonnepanelen in de praktijk al aanwezig is. Eind 2025 startte een pilot in Sint-Truiden, op een locatie van het Vlaamse proef- en onderzoekscentrum voor fruitteelt Pcfruit. Dit gebeurde in het kader van het VLAIO LA-traject ‘Agri-PV: Gecombineerd fruit en groene stroom produceren’.
“Daar gaan we na hoe verschillende types en transparanties van zonnepanelen de groei, de opbrengst en de kwaliteit van frambozen beïnvloeden. We doen er tevens onderzoek naar de impact op watergebruik, ziekten en plagen en de economische rentabiliteit. Daarnaast zijn we betrokken bij een proef met blauwe bessen van Tom Mertens in Hoogstraten, die nu zo’n twee jaar draait. Het betreft het eerste en enige commerciële agri-PV-systeem van België”, stelt Scheerlinck.
Landschapsverstoring
Een essentiële vraag is dus waarom het daar tot nu toe bij blijft? Volgens Lavaert staan vergunningverleners en het Vlaamse Departement van Landbouw niet te springen voor agri-PV, onder meer vanwege de visuele impact. De wetgever staat ze alleen toe bij een meerwaarde voor gewassen, bijvoorbeeld als beschermende functie. Waar al overkappingen van gewassen bestaan, zijn er dus mogelijkheden. Maar dit betreft nu net de installaties die aanzienlijk duurder zijn dan reguliere zonneparken.
“Agri-PV-systemen met zonnepanelen dicht bij de grond zouden economisch interessant kunnen zijn, maar komen in de praktijk niet door de vergunningverlening”, aldus Lavaert. “Systemen met hogere constructies, bijvoorbeeld boven fruitbomen, krijgen eerder groen licht, maar zijn niet haalbaar zonder subsidie. Op die manier komen we dus geen stap verder.”
Overheid aan zet
Het potentieel van agri-PV voor de energietransitie is groot. Zo wordt ongeveer 55 procent van het Vlaamse landoppervlak ingezet voor de landbouw. Indien slechts 3 procent daarvan voor agri-PV zou worden aangewend, betekent dit meer dan een verdubbeling van het aantal zonnepanelen in Vlaanderen. “Het draait dus vooral om politieke wil. Tegelijk blijft de vraag of grootschalige toepassing van agri-PV logisch is, want reguliere zonnevelden zijn aanzienlijk goedkoper”, weet Lavaert.
Geoogst volume kleiner
Minder licht op gewassen leidt doorgaans tot een lagere opbrengst. Bij de proef met suikerbieten daalde die met 10 tot 20 procent, al bleef het suikergehalte behouden. Bij de pilot met wintertarwe werd een reductie van 30 procent vastgesteld. In de perenboomgaard van Jan van de Velpen is de jaarlijkse oogst van voldoende kwaliteit, maar liep die qua volume met 5 tot 15 procent terug, afhankelijk van wanneer en hoeveel de zon scheen. Wordt dat verlies goedgemaakt door de opgewekte zonnestroom?
“De landequivalentratio (LER) vergelijkt de gezamenlijke opbrengst van gewassen en groene stroom met aparte productie, dus niet op hetzelfde stuk land. In onze proef met peren is die 1,4. Grondgebruik is dus 40 procent efficiënter. Bij suikerbieten ligt de LER tussen 1,0 en 1,2. Bij wintertarwe is die lager dan 1, maar dat kwam onder andere door het verdichten van de bodem tijdens de bouw van de installatie, waardoor ook de spinazieteelt op hetzelfde perceel onder de zonnepanelen niet succesvol was”, schetst Scheerlinck.
Complex
Het realiseren van agrivoltaïsche systemen vraagt om een minimale LER van 1. Tegelijkertijd zegt dit cijfer niet alles. Veel technische en economische parameters blijven buiten beschouwing. Waar vaak gemakkelijk over een win-win wordt gesproken, is die zeker niet vanzelfsprekend, aldus Lavaert. “Kortom, een grootschalige uitrol is niet evident in België. In erg zonnige, droge regio’s, zoals in Zuid-Spanje, waar veel teelt onder schaduwnetten en plastic plaatsvindt, ligt dat uiteraard anders.”
Extra verdienmodel
Betekent dit dan dat agri-PV geen toekomst heeft in België?
“Als onderzoekers kijken we realistisch naar de uitdagingen en de kansen, maar ook naar de voordelen, zoals dubbel ruimtegebruik en het verbeteren van bodem- en waterkwaliteit. Agri-PV is wat dat betreft zeker nuttig. Zonnestroom kan ook een mooie extra verdienste zijn voor boeren, die het vaak toch al niet gemakkelijk hebben”, nuanceert Scheerlinck.
“Daarom mogen landbouwers in Duitsland nu in principe 2,5 hectare gebruiken voor agri-PV. Bovendien kan door de klimaatverandering wat nu niet interessant is, dat over tien jaar misschien wel zijn. Tevens bestaan er veel soorten systemen en gewassen. Het is dus belangrijk om het onderzoek naar de mogelijkheden voort te zetten.”










