De stille korting op elektrisch rijden die België nog niet benut

Terug
04.06.2026 Column
Philippe Vangeel Directeur EV Belgium
De stille korting op elektrisch rijden die België nog niet benut

De kostprijs van een elektrisch voertuig staat constant onder de loep. Aankoopprijs, laadkosten, verzekering, … de TCO-discussie is alomtegenwoordig. Toch is er een mechanisme dat die kostprijs merkbaar kan verlagen, dat al bestaat in Europees recht, en dat België voorlopig onbenut laat liggen. Het heet de e-credit, en het verhaal begint bij een Europese richtlijn.

REDII, de Europese richtlijn voor hernieuwbare energie, verplicht een brandstofleverancier om een groeiend aandeel hernieuwbare energie in hun mix te bewijzen. Elektrische laadpunten kunnen daarin een rol spelen: wanneer hernieuwbare stroom wordt geleverd aan voertuigen, worden er certificaten gegenereerd, zogenaamde e-credits, die die brandstofleveranciers kunnen aankopen om aan hun verplichting te voldoen. De laadpuntuitbater of -gebruiker ontvangt daarvoor een vergoeding. Geen subsidie, noch overheidsgift maar gewoon een marktmechanisme dat hernieuwbare energie in transport een economische waarde geeft.

In theorie loopt dit in België al. In de praktijk is het systeem beperkt en weinig bekend. En precies daar knelt het schoentje, want intussen is Europa al doorgeschakeld naar REDIII en loopt ons land achter op de implementatie.

Wat maakt REDIII anders? Deze richtlijn verruimt de scope significant. Niet alleen publieke laadpunten komen in aanmerking, maar ook private laadinfrastructuur: thuis, op het werk of op de oprit. Dat is geen detail. Het merendeel van het laden in België gebeurt thuis. Wie 's nachts zijn wagen oplaadt met groene stroom, doet dat vandaag zonder enige economische erkenning van die keuze. In een correct geïmplementeerd REDIII-kader zou dat anders zijn.

Nederland toont hoe het kan. Onze noorderburen hebben de richtlijn sneller en ruimer omgezet, inclusief voor private laders (in Nederland bekend als ERE – Energierekeneenheden voor Elektriciteit). Het resultaat: ook de particuliere EV-rijder kan in aanmerking komen voor een vergoeding via de e-creditmarkt. Niet spectaculair op maandbasis, maar over een jaar gerekend maken enkele eurocenten per kWh bij een substantieel laadvolume een reëel verschil. En elk verschil telt in de TCO-afweging die potentiële kopers maken.

De logica is eenvoudig. Wie elektrisch rijdt op groene stroom, verdient de Belgische klimaatdoelstelling voor transport. Die bijdrage heeft waarde in een marktmechanisme dat Europa al heeft ontworpen. Het enige wat ontbreekt, is de politieke wil om dat mechanisme correct en snel te implementeren.

Daarom wil ik vanuit EV Belgium vandaag een oproep doen aan onze beleidsmakers: implementeer REDIII tijdig, volledig en inclusief de private lader. Niet als gunst aan de EV-rijder, maar als logische uitvoering van wat Europa heeft beslist. Het verlaagt de TCO van elektrisch rijden zonder dat het de overheid een euro kost. Het versterkt de markt voor hernieuwbare energie in transport. Bovendien geeft het een duidelijk signaal aan gezinnen en bedrijven die twijfelen: de overstap naar elektrisch wordt elk jaar verstandiger – als de regelgeving mee evolueert.

De instrumenten liggen klaar. De markt wacht. Het is nu aan Den Haag – 
pardon, aan de Wetstraat.