Vlaanderen passeert 184.500 thuisbatterijen, opslagcapaciteit groeit dubbel zo hard als installatiecijfer
Terug
Vlaanderen telde op 1 juli 2026 precies 184.501 geregistreerde thuisbatterijen, samen goed voor een opslagcapaciteit van ruim 1.811 megawattuur. Dat blijkt uit de meest recente versie van de open dataset van netbeheerder Fluvius. In de eerste zes maanden van dit jaar kwamen er 7.778 systemen bij, maar dat cijfer is uitgesproken voorlopig.
De cijfers over kalenderjaar 2025 krijgen inmiddels een min of meer definitief karakter. Fluvius komt uit op 33.854 nieuwe thuisbatterijen over heel 2025, verdeeld over 15.113 in de eerste jaarhelft en 18.741 in de tweede. Dat is een groei van 74,5 procent ten opzichte van de 19.406 registraties in 2024.
De opslagcapaciteit groeide aanzienlijk harder: van 180,9 megawattuur in 2024 naar 391,8 megawattuur in 2025, een toename van 116,6 procent. Vlaamse huishoudens installeren dus niet alleen vaker een batterij, maar ook merkbaar grotere systemen. De gemiddelde capaciteit per in 2025 geregistreerde thuisbatterij bedraagt 11,6 kilowattuur, tegenover een mediaan van 9,6 kilowattuur over het volledige park.
Figuur 1 toont hoe grillig het verloop is. Na het recordjaar 2022, met 57.573 nieuwe systemen, halveerde het jaarcijfer in 2024 tot 19.406, om in 2025 weer op te veren. Het cumulatieve park groeit daardoor weliswaar gestaag door, maar het jaarlijkse tempo laat zich sterk sturen door beleidswijzigingen en premievoorwaarden.
De maandcijfers bevestigen dat beeld. De vraag piekte in september en oktober 2025, met respectievelijk 4.109 en 4.086 registraties. Daarna zette een scherpe terugval in, tot 2.581 in november en 1.150 in december.
Halfjaarcijfers 2026 nog onvolledig
Voor de eerste helft van 2026 registreerde Fluvius tot nu toe 7.778 thuisbatterijen, goed voor bijna 170 megawattuur. Dat komt neer op een maandgemiddelde van 1.296 systemen en 28,3 megawattuur — ruim onder het niveau van 2.821 batterijen en 32,7 megawattuur per maand over 2025.
Die vergelijking gaat echter mank. De registratiecijfers over de recentste maanden zijn structureel onvolledig: voor juni 2026 staan er vooralsnog 409 registraties tegen 1.546 voor mei en 1.958 voor april. De laatste maanden zullen dus fors naar boven worden bijgesteld, en de staaf voor 2026 in figuur 1 moet navenant worden gelezen.
Hoe substantieel die correcties kunnen zijn, blijkt uit het vierde kwartaal van 2025. Dat kwam in eerdere versies van de dataset uit op 4.452 systemen en ruim 64 megawattuur; inmiddels staat de teller op 7.817 batterijen en 104,8 megawattuur. Ook het jaartotaal voor 2025 werd sinds het voorjaar met ruim 53 megawattuur opgehoogd.
Registratieplicht: cijfers minister stroken niet met open data
Naast de vertraagde verwerking speelt een tweede kwestie: niet elke geïnstalleerde batterij wordt aangemeld. In de Commissie voor Wonen, Toerisme, Energie en Klimaat van 9 juli beantwoordde Vlaams energieminister Melissa Depraetere (Vooruit) daarover vragen van Robrecht Bothuyne (cd&v).
De minister lichtte toe dat het AI-detectiemodel van Fluvius, dat injectie op het net herkent via de digitale meter, 130.000 batterijen detecteert. Dit zijn vaste installaties en stekkerbatterijen samen. Daartegenover staan volgens haar 111.000 aangemelde batterijen. Fluvius heeft inmiddels 13.502 klanten aangeschreven met het verzoek hun installatie alsnog te registreren. Bij laattijdige aanmelding kan de netbeheerder op grond van het Energiedecreet een administratieve kost aanrekenen, maar Depraetere gaf aan de voorkeur te geven aan sensibilisering en regularisatie boven het sanctioneren van burgers die te goeder trouw handelden.










