Bijna 20.000 thuisbatterijen in Vlaanderen niet aangemeld
Terug
Het aantal thuisbatterijen in Vlaanderen ligt aanzienlijk hoger dan de officiële registraties doen vermoeden. Volgens gegevens van netbeheerder Fluvius zijn bijna 20.000 batterijen niet aangemeld. Eind juni waren daarnaast 9.795 stekkerbatterijen geregistreerd.
Vlaams minister van Energie Melissa Depraetere maakte de cijfers bekend tijdens een vergadering van de Commissie voor Wonen, Toerisme, Energie en Klimaat van het Vlaams Parlement. Ze antwoordde daarmee op vragen van Robrecht Bothuyne (cd&v) over stekkerzonnepanelen en plug-inbatterijen.
Tot en met juni 2026 werden bij Fluvius 9.795 stekkerbatterijen en 1.494 stekkerzonnepanelen aangemeld. De werkelijke aantallen liggen vermoedelijk hoger, omdat niet alle eigenaars hun toestel registreren.
Detectiemodel ziet 130.000 batterijen
Fluvius gebruikt gegevens van digitale meters om via een detectiemodel te bepalen waar mogelijk een thuisbatterij aanwezig is. Dat model detecteert ongeveer 130.000 batterijen, terwijl slechts 111.000 installaties officieel geregistreerd zijn. Het verschil bedraagt daarmee ongeveer 19.000 batterijen.
Het gaat daarbij om alle thuisbatterijen samen. Uit de cijfers kan niet worden afgeleid hoeveel van de niet-aangemelde installaties stekkerbatterijen zijn en hoeveel vaste batterijsystemen.
Fluvius heeft inmiddels 13.502 klanten aangeschreven met het verzoek hun vermoedelijke batterij alsnog aan te melden. De Vlaamse overheid zet voorlopig vooral in op informatie en sensibilisering. Bij een te late registratie kan Fluvius wel administratieve kosten aanrekenen.
Discussie over vermogensgrens
Stekkerzonnepanelen en stekkerbatterijen mogen sinds 17 april 2025 in Vlaanderen worden gebruikt. De toestellen moeten onder meer een CE-markering hebben en door sectorfederatie Synergrid zijn gehomologeerd. Afhankelijk van het vermogen, de aanwezigheid van een digitale meter en eventuele injectie op het net geldt daarnaast een aanmeldingsplicht bij Fluvius.
Depraetere blijft voorstander van een wettelijke vermogensgrens van 800 watt voor plug-and-playtoestellen. Volgens haar zou die grens duidelijkheid bieden aan consumenten en aansluiten bij regels die elders in Europa worden gebruikt. Op federaal niveau bestaat vooralsnog echter weinig draagvlak om zo’n grens wettelijk vast te leggen.
De minister wil daarom niet overhaast nieuwe regels invoeren. Eventuele bijkomende maatregelen moeten volgens haar proportioneel zijn en duidelijk worden gecommuniceerd aan consumenten, verkopers en installateurs.










