Vlaams Actieplan Warmtepompen moet uitrol richting 2030 versnellen
Terug
De Vlaamse Regering wil de uitrol van warmtepompen versnellen met het Actieplan Warmtepompen 2030. Het plan bevat 25 actiepunten om woningen, appartementsgebouwen, sociale huisvesting, industrie en landbouw sneller klaar te maken voor fossielvrije verwarming. Daarmee wil Vlaanderen de stap zetten van een groeiende warmtepompmarkt naar een bredere doorbraak in bestaande gebouwen.
Die versnelling is nodig, stelt de Vlaamse overheid. In 2024 was 92,4 procent van het Vlaamse bruto eindverbruik voor verwarming en koeling nog van fossiele oorsprong. Ongeveer 9 procent van de gebouwen gebruikt ter plaatse geen fossiele brandstoffen meer voor verwarming. Tegelijk is volgens het actieplan circa 56 procent van de residentiële gebouwen op 1 januari 2025 al warmtepompklaar. Dat betekent dat de warmtevraag laag genoeg is om met lagetemperatuurverwarming efficiënt door een volledig elektrische warmtepomp te worden ingevuld.
Warmtepomp groeit, maar tempo moet omhoog
De warmtepompmarkt in Vlaanderen groeit al meerdere jaren. Het jaarlijkse aantal bijkomende warmtepompen voor ruimteverwarming steeg volgens het plan van ongeveer 6.000 in 2019 naar meer dan 30.000 in 2024. Ook de warmtepompboiler won terrein: het aantal premie-aanvragen steeg van 1.076 in 2019 naar 7.666 in 2024.
Vooral in nieuwbouw is de omslag al zichtbaar. Door het stapsgewijze aardgasaansluitingsverbod kiest volgens recente EPB-aangiftes meer dan 95 procent van de nieuwbouw voor een warmtepomp. De grote opgave ligt daardoor vooral in bestaande gebouwen, waar eigenaars rekening moeten houden met isolatiegraad, afgiftesysteem, beschikbare ruimte, investeringskosten en elektriciteitsprijs.
Het Vlaams Energie- en Klimaatplan rekent richting 2030 op een verdere stijging naar ongeveer 60.000 bijkomende warmtepompen per jaar. Het Actieplan Warmtepompen moet die groei ondersteunen met een combinatie van fiscale maatregelen, premies, begeleiding, kwaliteitsbewaking en communicatie.
Prijsverhouding elektriciteit en gas blijft cruciaal
Een belangrijk knelpunt is de prijsverhouding tussen elektriciteit en fossiele brandstoffen. Warmtepompen gebruiken elektriciteit efficiënter dan elektrische weerstandverwarming, maar de economische aantrekkelijkheid blijft sterk afhankelijk van de verhouding tussen elektriciteits- en gasprijzen.
Daarom bevat het actieplan een Vlaamse energietaxshift en -cut vanaf 2028. Vlaanderen wil ruim 300 miljoen euro aan lasten uit de elektriciteitsfactuur verschuiven naar fossiele verwarmingsbrandstoffen. Daarnaast voorziet de visienota in ruim 170 miljoen euro via een gedeeltelijke teruggave van ETS2-middelen. Samen met de federale taxshift en ETS2 moet de prijsverhouding tussen elektriciteit en gas voor residentiële gebouwen richting 2,8 evolueren.
Die verschuiving moet warmtepompen aantrekkelijker maken in gebruik. Of dat ook volstaat om de hogere investeringskost te compenseren, hangt af van onder meer woningtype, isolatie, installatiekosten, energieprijzen en het gekozen verwarmingssysteem.
Premies blijven voorlopig overeind
Naast de prijscorrectie blijven premies voorlopig een centrale rol spelen. De Mijn VerbouwPremie voor warmtepompen en warmtepompboilers blijft in 2026 en 2027 beschikbaar voor alle inkomensgroepen. In 2027 volgt een evaluatie. Daarbij wil Vlaanderen onder meer nagaan of de premie nog nodig is en of ze geen prijsopdrijvend effect heeft.
VEKA zal vanaf 2027 jaarlijks de investeringskosten van warmtepompen rapporteren. Dat moet meer zicht geven op de kostenevolutie in de markt. Die monitoring is relevant, omdat de betaalbaarheid van warmtepompen niet alleen wordt bepaald door energieprijzen, maar ook door installatiekosten, beschikbaarheid van vakmensen en de complexiteit van renovaties.
Voor kwetsbare doelgroepen bevat het plan aparte maatregelen. Noodkopers kunnen, als hun woning voldoende gerenoveerd is, een bijkomende premie tot 15.000 euro krijgen voor een warmtepomp. In de sociale huisvesting moet de renovatiegolf helpen om het aandeel fossielvrije sociale woningen tegen 2030 te verhogen.
Ook breidt Vlaanderen de minimale levering elektriciteit via OCMW’s uit naar huishoudens met een warmtepomp. Daarmee moet worden voorkomen dat kwetsbare gezinnen in de winter zonder verwarming vallen.
Meer begeleiding voor eigenaars en installateurs
Het actieplan erkent dat financiële steun alleen niet genoeg is. Veel eigenaars weten niet of hun woning geschikt is voor een warmtepomp, welke renovatiestappen nodig zijn of welk type systeem past bij hun gebouw. Daarom wil Vlaanderen de Mijn VerbouwBegeleiding Warmtepomp verbreden en warmtepompadvies opnemen in het EPC, de woningpas en het renovatiepaspoort.
Ook komt er een informatiefiche voor installateurs via de woningpas. Die moet relevante gebouwinformatie toegankelijker maken, zodat installateurs sneller en beter onderbouwde offertes kunnen opstellen. Dat is belangrijk omdat een slecht gedimensioneerde warmtepomp kan leiden tot hogere kosten, lagere efficiëntie en minder vertrouwen bij gebruikers.
Collectieve warmtepompen krijgen meer aandacht
Het plan kijkt ook nadrukkelijk naar collectieve oplossingen. In dichtbebouwde gebieden, appartementsgebouwen en sociale huisvesting is een individuele warmtepomp niet altijd de meest praktische keuze. Buitenunits, boringen, geluid, eigendomsstructuren en beperkte ruimte kunnen drempels vormen.
Daarom komt er onder meer een leidraad voor collectieve boringen op publiek domein. Ook wordt de warmtekaart uitgebreid, zodat beter kan worden vergeleken wanneer individuele warmtepompen, collectieve warmtepompen of warmtenetten logisch zijn. Daarnaast wil Vlaanderen drempels voor collectieve warmtepompen wegwerken en onderzoek doen naar collectieve warmtepompen en warmtenetten in sociale huisvesting.
Kwaliteit moet vertrouwen in warmtepompen vergroten
Voor de installatiesector is vooral het kwaliteitsluik van belang. De sector werkt aan een beroepskwalificatie voor installateurs van huishoudelijke warmtepompen. Daarnaast komen er kwaliteitscontroles via het certificeringsorgaan en extra systeemeisen vanuit de omzetting van de Europese EPBD-richtlijn.
De Vlaamse overheid wijst erop dat de prestaties van warmtepompen sterk afhangen van correcte dimensionering, plaatsing en inregeling. Dat geldt zeker in bestaande woningen, waar afgiftesystemen, isolatiegraad en bewonersgedrag sterk kunnen verschillen.
Ook geluid blijft een aandachtspunt. Het actieplan voorziet in een evaluatie van de geluidsvoorwaarden voor warmtepompen. Dat moet meer duidelijkheid geven voor eigenaars, buren, installateurs en lokale besturen.
Ook industrie en landbouw in beeld
Hoewel het actieplan sterk focust op gebouwen, kijkt Vlaanderen ook naar andere sectoren. Voor de ESR-industrie komt een nieuwe steunoproep. In de land- en tuinbouw ligt de nadruk op warmtepompen in de glastuinbouw, waar warmte een grote rol speelt in het energieverbruik.
Daarmee plaatst Vlaanderen de warmtepomp niet alleen als oplossing voor woningen, maar ook als onderdeel van bredere elektrificatie van warmte. De praktische toepasbaarheid zal per sector verschillen, onder meer door temperatuurbehoefte, bedrijfsprocessen, investeringsruimte en elektriciteitsinfrastructuur.
Overzicht: de 25 actiepunten uit het Actieplan Warmtepompen 2030
- Vlaamse energietaxshift en -cut.
- Mijn VerbouwPremie voor warmtepompen en warmtepompboilers.
- Jaarlijkse prijsanalyse van warmtepompen.
- Extra premie voor warmtepompen bij noodkopers.
- Fossielvrije sociale woningen.
- Uitbreiding minimale levering elektriciteit naar warmtepompen.
- Verbreding van de Mijn VerbouwBegeleiding Warmtepomp.
- Informatiefiche voor installateurs via de woningpas.
- Warmtepompadvies in EPC, woningpas en renovatiepaspoort.
- Leidraad voor collectieve boringen op publiek domein.
- Duidelijkheid over collectieve versus individuele oplossingen via de warmtekaart.
- Wegwerken van drempels voor collectieve warmtepompen.
- Onderzoek naar collectieve warmtepompen en warmtenetten in sociale huisvesting.
- Nieuwe steunoproep voor de ESR-industrie.
- Inzet op warmtepompen in land- en tuinbouw, met focus op glastuinbouw.
- Beroepskwalificatie voor installateurs van huishoudelijke warmtepompen.
- Kwaliteitscontroles via het certificeringsorgaan.
- Omzetting van EPBD-eisen voor technische bouwsystemen.
- Technisch advies over warmtepompboilers in appartementen.
- Warmtepompcharter tussen overheid en sector.
- Verkenning van alternatieve financiering en businessmodellen, zoals heat-as-a-service.
- Evaluatie van geluidsvoorwaarden bij warmtepompen.
- Verlaging van de primaire energiefactor voor elektriciteit.
- Erkenning van all-electric warmtepompgebouwen als emissievrije gebouwen.
- Gerichte informatie en sensibilisering voor verschillende doelgroepen.
Rollend actieplan richting 2030
Het Actieplan Warmtepompen 2030 wordt opgezet als een rollend actieplan. Afgewerkte acties kunnen verdwijnen en nieuwe maatregelen kunnen worden toegevoegd. Minstens één keer per jaar volgt structureel overleg over de uitvoering van het actieplan en het charter met de warmtepompsector.
Daarmee kiest Vlaanderen niet voor één ingreep, maar voor een pakket dat de warmtepomp goedkoper, begrijpelijker en beter uitvoerbaar moet maken. De praktische impact zal afhangen van de verdere uitwerking, de beschikbare budgetten en de mate waarin installateurs, lokale besturen, gebouweneigenaars en sociale huisvestingsmaatschappijen de maatregelen kunnen toepassen.











