Hernieuwbare energie-eenheden (HEE) bieden kansen, maar Belgisch systeem blijft te complex

Terug
02.10.2026 Hoofdartikel
Van de 365-redactie
Hernieuwbare energie-eenheden (HEE) bieden kansen, maar Belgisch systeem blijft te complex

Belgische bedrijven die laadpunten uitbaten, kunnen geld verdienen met hernieuwbare energie-eenheden (HEE), e-credits die ze via een handelsmarkt kunnen verkopen aan brandstofleveranciers. Toch laten veel partijen die kans liggen, zegt Jannes Bottu van The New Drive. Bottu: “Het systeem is te complex en de rol van inboekdienstverlener wordt in België nog altijd niet erkend. Het moet eenvoudiger.”

Bedrijven met laadpunten kunnen HEE’s opbouwen met elke kilowattuur die ze laden en die vervolgens verkopen aan leveranciers van fossiele brandstoffen. Die zijn verplicht om een vastgesteld aandeel hernieuwbare energie te leveren. Zo vormt de laadinfrastructuur voor de exploitant een extra verdienmodel en draagt ze tegelijk bij aan de energietransitie. Het systeem vindt zijn oorsprong in de Europese Renewable Energy Directive.

Van een handvol spelers naar een bredere markt

Bottu: “Nederland voerde de derde versie van deze regeling (RED III) al door en stapte over van hernieuwbare brandstofeenheden (HBE) naar emissiereductie-eenheden (ERE), die ook toegankelijk zijn voor particulieren. België nog niet. Hier ging het HEE-systeem in januari 2024 van start, aanvankelijk vooral met oliemaatschappijen die hun wettelijke doelstellingen moesten invullen. Aan de verkopende kant deed slechts een handvol grote chargepointoperatoren mee. Ondertussen is de groep gebruikers groter en breder, al blijft het voor veel partijen nog altijd onbekend terrein.”

Van lucratief verdienmodel naar lagere opbrengsten

Wat is de waarde van HEE’s? Allereerst: alleen private en (semi)publieke laadpunten komen in aanmerking voor deze e-credits, thuislaadpunten niet. Eén HEE staat voor 1 gigajoule aan hernieuwbare energie, wat neerkomt op ongeveer 0,0045 HEE per geleverde kilowattuur. Dat cijfer verschilt jaarlijks licht. Dat heeft te maken met het aandeel hernieuwbare energie in de Belgische elektriciteitsmix. In 2026 wordt het percentage van 31,27 procent uit 2024 gehanteerd als correctiefactor bij de berekening van de HEE’s. Tot begin 2026 was de handel behoorlijk lucratief, met prijzen tussen 16 en 18 euro per HEE, omgerekend 6 tot 8 cent per kilowattuur. Momenteel is dat echter nog maar 2 à 3 cent.

Meer aanbod zet prijs onder druk

De prijsdaling is niet louter een Belgisch verhaal, vertelt Bottu: ook de internationale markt speelt mee. Zo kunnen oliemaatschappijen hun jaarlijkse doelstellingen ook invullen door biobrandstoffen bij te mengen. Dat gebeurt sinds de oorlog in het Midden-Oosten vaker, omdat de prijzen van gewone brandstoffen sterk stegen en de meerprijs voor biobrandstoffen daardoor relatief laag uitvalt. Daarnaast groeide het aantal actieve exploitanten sterk, waardoor het aanbod toenam.

Infrabel wordt prijsbepalende speler

Als gevoelig discussiepunt binnen dat groeiende aanbod noemt Bottu spoorwegbeheerder Infrabel. Die verhandelt HEE’s voor de stroom die treinen via de bovenleiding verbruiken en is door de enorme volumes intussen prijsbepalend geworden. “Dit jaar bracht Infrabel al meer credits op de markt dan een kwart van het totale volume uit elektriciteit van 2024. Dat neemt echter niet weg dat bedrijven met laadinfra gratis geld laten liggen door niet deel te nemen aan dit systeem.”

Complexiteit blijft grootste struikelblok

Waar ligt volgens Bottu de oorzaak? In de eerste plaats zijn veel bedrijven niet op de hoogte van de mogelijkheden, stelt hij. Daarnaast, en minstens zo belangrijk, is het systeem te complex. Zo is online amper informatie te vinden over hoe bedrijven hun kilowatturen moeten aangeven en e-credits kunnen verkrijgen en verkopen, vertelt hij. Het administratieve proces is bovendien arbeidsintensief. Hij verwijst ook naar Nederland. Daar nemen gespecialiseerde inboekdienstverleners het werk al grotendeels uit handen van bedrijven. Die rol bestaat in België nog niet.

Ook de meter kan roet in het eten gooien

Bottu: “Nog een uitdaging is het meten. Daarvoor is een gecertificeerde MID-meter nodig. Heel wat laadpunten van een jaar of vier en ouder beschikken daar standaard niet over. Bij sommige van onze klanten staan ook daarom tientallen laadpunten waarmee op dit moment niets gebeurt. Dat kan zomaar duizenden euro’s per jaar schelen. In de logistieke sector, waar laadbeurten voor vrachtwagens kunnen oplopen tot 500 kilowattuur, gaat het zelfs om een veelvoud daarvan.”

Belgische invoering RED III blijft aanslepen

Waarom laat de implementatie van RED III in België op zich wachten, en is dat erg? De officiële deadline lag midden 2025. Eerst gold 1 januari 2026 als streefdatum, inmiddels is dat 1 januari 2027. Of die datum wordt gehaald, is ook nog maar de vraag. De overheid licht niet echt toe waarom het zo lang aansleept, maar Bottu noemt het ontbreken van een politiek akkoord over de omzetting van de Europese wetgeving als waarschijnlijke reden. Die omzetting gaat gepaard met een sterke stijging van het verplichte aandeel hernieuwbare energie, van ongeveer 13,9 naar bijna 30 procent tegen 2030. Zo’n grote sprong raakt meteen ook de concurrentiepositie van Belgische bedrijven tegenover andere landen.

Inboekdienstverlener kan drempel verlagen

Wat moet er volgens Bottu gebeuren om HEE’s echt te laten doorbreken? Op dit moment kunnen in België alleen de eigenaar van de laadinfrastructuur of de chargepointoperator e-credits verzamelen en innen. Erkent de wetgever de rol van inboekdienstverlener, zoals in Nederland al gebeurde, dan kunnen partijen zoals The New Drive het hele proces voor klanten overnemen: kilowatturen inboeken, credits innen en verhandelen. Daarbij is wel enige voorzichtigheid geboden.

Meer transparantie en minder administratie

Bottu: “In Nederland kon een journalist zich vrij moeiteloos als zo’n tussenpartij laten registreren. Ook in België zijn de controlemogelijkheden beperkt en hebben we geen auditplicht. Daarnaast mag er wat mij betreft meer transparantie komen over de opbrengsten en de verdeling ervan. Het valoriseren van eigen hernieuwbare energie zou tevens een boost geven aan de opbrengsten, aangezien we nu altijd moeten rekenen met die correctiefactor van een derde voor het aandeel hernieuwbare energie in onze elektriciteitsmix. En het administratieve proces zelf, met kwartaalaangiftes op basis van rapporten die niet standaard uit de systemen rollen, mag simpelweg eenvoudiger.”

Straks ook HEE’s voor particulieren?

Krijgt de Belgische consument ook toegang tot HEE’s? Het huidige wetsontwerp voorziet al in die mogelijkheid, al moet daarvoor nog een uitvoeringsbesluit komen. Bottu noemt het echter logisch, ook met het oog op het succes in Nederland. Sinds particulieren daar sinds begin dit jaar die optie hebben, groeit het aantal deelnemers exponentieel.

Bottu: “Stimuleren via de portemonnee werkt altijd. In België ligt het echter wel complexer. Met name het aantal elektrische bedrijfswagens neemt hier snel toe. Wie krijgt dan de credits: de chargepointoperator, de werkgever of de elektrische rijder? Maar los daarvan: zelfs met de huidige prijzen voor HEE’s kan een particulier er zo’n 100 euro per jaar aan overhouden. Dat is toch mooi meegenomen.”

Prijs kan opnieuw opveren

Binnen de Europese wetgeving loopt de e-creditregeling voor elektrisch laden sowieso nog tot 2030. En hoe eenvoudiger het systeem wordt, hoe minder geld er onderweg blijft liggen, aldus Bottu. Hij sluit ook niet uit dat de markt op termijn weer aantrekt. “Zo leiden steeds strengere eisen voor het aandeel hernieuwbare energie voor oliemaatschappijen logischerwijs tot meer vraag, wat de prijs omhoog zou moeten duwen. Een glazen bol heb ik echter niet.”

Wel weet hij één ding zeker: “Bedrijven, en straks vermoedelijk ook particulieren, kunnen al die tijd gewoon geld verdienen.”