CREG: warmtepomp pas rendabel bij tax shift, ETS 2 en betere prestaties

Terug
23.06.2026 Hoofdartikel
Gijs de Koning Gijs de Koning E-mail Hoofdredacteur
CREG: warmtepomp pas rendabel bij tax shift, ETS 2 en betere prestaties

De warmtepomp is in België vandaag meestal nog niet rendabel tegenover aardgas. Dat kan tegen 2029 veranderen, maar alleen als elektriciteit relatief goedkoper wordt, fossiele verwarming duurder wordt en warmtepompen in de praktijk efficiënter presteren. Dat blijkt uit een nieuwe studie van energieregulator CREG naar de verwarmingskosten van warmtepompen, aardgas, stookolie en propaan.

CREG onderzocht wanneer een huishouden de hogere investering in een warmtepomp kan terugverdienen via lagere gebruikskosten. Daarbij kijkt de regulator naar huishoudens die hun verwarmingssysteem vervangen. Lucht-waterwarmtepompen, lucht-luchtwarmtepompen en grond-waterwarmtepompen worden vergeleken met condensatieketels op aardgas, stookolie en propaan.

De centrale vraag is of de besparing op de energierekening de extra aankoop- en installatiekosten kan compenseren over de levensduur van het systeem. CREG rekent daarbij met een levensduur van twintig jaar. De uitkomst hangt onder meer af van het gewest, het warmteverbruik, de investeringskosten, de efficiëntie van de warmtepomp, het type energiecontract en de vraag of het om een beschermde klant gaat.

Aardgas blijft lastigste vergelijking

Voor de warmtepompmarkt is vooral de vergelijking met aardgas belangrijk. Aardgas is volgens CREG het goedkoopste fossiele alternatief voor verwarming. Daardoor is de overstap naar een warmtepomp economisch moeilijker te verantwoorden dan bij woningen die nu met stookolie of propaan worden verwarmd.

In de huidige situatie ligt de prijsverhouding tussen elektriciteit en gas in alle gewesten te hoog om lucht-waterwarmtepompen zonder bijkomende maatregelen rendabel te maken. Elektriciteit wordt per kilowattuur zwaarder belast dan gas en een groot deel van de elektriciteitsfactuur bestaat uit nettarieven en belastingen. In de referentieperiode kwam de totale elektriciteitsprijs voor verwarming uit op 32,8 cent per kilowattuur in Brussel, 35,1 cent in Wallonië en 27,6 cent in Vlaanderen. Voor aardgas ging het om respectievelijk 8,6, 9,7 en 8,4 cent per kilowattuur.

Vlaanderen scoort daardoor gunstiger dan Wallonië en Brussel. CREG wijst onder meer op de lagere netcomponent voor elektriciteit en op het capaciteitstarief, dat in de analyse voordelig uitpakt voor warmtepompen.

Tax shift en ETS 2 moeten omslag brengen

De belangrijkste beleidshefboom is volgens CREG de combinatie van de federale tax shift en ETS 2. De tax shift moet de accijnzen op elektriciteit verlagen en die op aardgas en stookolie geleidelijk verhogen. ETS 2 is het Europese emissiehandelssysteem voor onder meer gebouwen, wegtransport en bepaalde kleine industrieën.

Overzichtstabel van de hervormingen die nodig zijn om tegen 2029 rentabiliteit van een lucht-waterwarmtepomp te bereiken, uitgesplitst naar warmteverbruik, SCOP, gewest en fossiel alternatief.

Wanneer wordt een lucht-waterwarmtepomp rendabel?

Benodigde hervorming om tegen 2029 rentabiliteit te bereiken, per gewest en fossiel alternatief.

Legenda — benodigde maatregel

Geen maatregel — al rendabel bij huidige prijsverhoudingen
Tax shift — federale taxshift tegen 2029 volstaat
ETS bij 60 — ETS 2-prijs van 60 €/ton CO₂ nodig
ETS bij 120 — ETS 2-prijs van 120 €/ton CO₂ nodig
Subsidie nodig — maatregelen alleen niet voldoende

SCOP 2,9 = momenteel gemeten gemiddelde efficiëntie · SCOP 3,6 = haalbare efficiëntie voor een efficiënte warmtepomp. "Beschermd" = klanten met sociaal tarief; voor deze groep wordt niet per gewest onderscheiden. Een * markeert grensgevallen in de oorspronkelijke studie.

Bron: CREG-studie (F)3213, 12 mei 2026, Tabel 16. Visualisatie in DNE-huisstijl.

In het scenario voor 2029 rekent CREG met ETS 2-prijzen van 0, 60 en 120 euro per ton CO₂. Hoe hoger die CO₂-prijs, hoe sterker fossiele verwarming duurder wordt ten opzichte van elektriciteit. Volgens de studie is een ETS 2-prijs van 60 euro per ton in veel gevallen voldoende, maar een niveau van 120 euro per ton neemt ook de laatste economische obstakels weg, inclusief woningen met een lage warmtevraag en warmtepompen met huidige gemiddelde prestaties.

Efficiëntie warmtepomp wordt doorslaggevend

Toch is beleid alleen niet genoeg. De prestaties van de warmtepomp bepalen sterk of de investering rendabel wordt. CREG rekent met een SCOP van 2,9 voor de momenteel gemeten gemiddelde prestaties en een SCOP van 3,6 voor efficiëntere lucht-waterwarmtepompen. Hoe hoger de SCOP, hoe meer warmte een warmtepomp uit één kilowattuur elektriciteit haalt.

Voor woningen waar aardgas het alternatief is, blijft de rentabiliteit het moeilijkst. In Wallonië, Brussel en bij beschermde klanten wordt die met geplande maatregelen niet gehaald voor warmtepompen met een SCOP van 2,9. Zelfs bij efficiënte warmtepompen met een SCOP van 3,6 is volgens CREG een ETS 2-prijs van 120 euro per ton CO₂ nodig. Vlaanderen komt gunstiger uit de analyse: daar volstaat een ETS 2-prijs van 60 euro per ton voor woningen met meer dan 12.000 kilowattuur warmtevraag per jaar en een efficiënte warmtepomp.

Stookolie en propaan bieden gunstiger businesscase

De overstap naar een warmtepomp is economisch makkelijker bij woningen die nu met stookolie of propaan worden verwarmd. In Vlaanderen zijn efficiënte warmtepompen tegenover stookolie in sommige situaties al rendabel zonder subsidies. Voor propaan is het beeld vergelijkbaar: vooral Vlaanderen en Brussel scoren beter, terwijl Wallonië minder gunstig uitkomt zonder steun.

Voor beschermde klanten blijft aardgas een knelpunt. Een lucht-waterwarmtepomp is voor deze groep momenteel niet rendabel tegenover aardgas, zelfs niet met subsidies. Tegen 2029 kan dat veranderen bij efficiënte warmtepompen en een warmtevraag boven 12.000 kilowattuur per jaar, maar dan is ook een ETS 2-prijs van 120 euro per ton CO₂ nodig.

Beleidsadvies volgt later

De studie is niet het eindpunt. CREG moet uiterlijk op 1 juli een advies uitbrengen met aanbevelingen om de rentabiliteit van duurzamere verwarmingstechnologieën, waaronder warmtepompen, te verbeteren. Voor de Belgische warmtepompsector is de conclusie nu al duidelijk: de warmtepomp kan economisch sterker worden, maar dat vraagt tegelijk om fiscale hervorming, hogere fossiele kosten, goede gebouwkwaliteit en correcte installatie.