Amper batterijcowboys in België, maar thuisbatterijmarkt kent nog groeipijnen

Terug
15.10.2026 Hoofdartikel
Van de 365-redactie
Amper batterijcowboys in België, maar thuisbatterijmarkt kent nog groeipijnen

Met de sterke groei van de Nederlandse thuisbatterijmarkt duiken steeds meer partijen op die inzetten op snelle verkoop en installatie. Speelt dat ook in België? Nauwelijks, aldus Jan Van Laethem. Toch zijn er volgens hem uitdagingen op het vlak van kwaliteit en veiligheid. Naast de opkomst van plug-inbatterijen wijst hij daarbij vooral op slim energiemanagement. “Dat vergt nieuwe kennis van installateurs. Die is er vandaag nog onvoldoende.”

Van Laethem houdt zich sinds 2008 bezig met hernieuwbare energie, bij verschillende bedrijven en inmiddels ook als zelfstandig consultant in change management. Daarnaast focust hij zich binnen de stuurgroep van PV-Vlaanderen op het residentiële marktsegment. Ook dat maakte de voorbije jaren een ingrijpende evolutie door, vertelt hij.

“Gooi wat zonnepanelen op het dak, hang er een omvormer aan en oogst subsidies. Zo was het heel vroeger, maar nu al lang niet meer”, zegt hij. “Energie moet op een duurzame manier beheerd worden. Het werkt pas als alternatief voor fossiele, gecentraliseerde energievoorziening wanneer pv, opslag, warmtepomp en EV-laders met elkaar verbonden worden. Dat vertel ik al jaren, en nu gebeurt het ook echt. Hoe mooi is dat?”

Thuisbatterij verovert Nederland

Hoe kijkt Van Laethem naar de opkomst van de thuisbatterij vanuit het oogpunt van kwaliteit en veiligheid? Hij begint bij Nederland. Daar zijn partijen actief die vooral inzetten op snelle verkoop en installatie om zoveel mogelijk uit de markt te halen. Met het verdwijnen van de salderingsregeling vanaf januari 2027 is de thuisbatterij er een hot topic geworden. Bovendien springen veel consumenten meteen op de nieuwste trend: de plug-inbatterij.

Vlaanderen groeide zonder grote hype

“Dat moet zich allemaal nog uitfilteren”, aldus Van Laethem. “Energieopslag voor woningen wordt in eerste instantie vaak te rooskleurig voorgesteld, waarna de markt afkoelt en kwaliteit uiteindelijk opnieuw komt bovendrijven. In die fase zit Nederland vandaag nog niet.

In Vlaanderen verdween de terugdraaiende teller al begin 2021 en werd het capaciteitstarief ingevoerd. Dat vormde een uitstekende aanleiding voor gestructureerd energiemanagement. De markt groeide daardoor geleidelijk in plaats van explosief. Waar mensen vroeger zonnepanelen kochten, kopen ze vandaag een batterij waarbij pv als brandstof fungeert.”

Minder cowboys, maar niet zonder uitdagingen

Batterijcowboys zijn in België veel minder aanwezig, stelt Van Laethem vast. “Dat heeft wellicht te maken met de prijs van thuisbatterijen, die vandaag veel lager ligt dan enkele jaren geleden. Onze markt kreeg de tijd om volwassen te worden.” Toch verloopt de uitrol volgens hem niet volledig vlekkeloos. Als voorbeeld noemt hij de discussie rond financieringsmodellen.

Van Laethem: “Is het echt oké om een gratis batterij weg te geven in ruil voor gedeeld gebruik van de capaciteit? Maar uitzonderingen daargelaten is de installatiekwaliteit doorgaans prima. De grote uitwassen die we tijdens de zonnepanelenhype zagen, toen panelen bij wijze van spreken met een elastiekje op een dak lagen, zien we vandaag niet meer. Ook de plaats van installatie, bijvoorbeeld buiten een vluchtweg, maakt doorgaans deel uit van een doordacht ontwerp. Belgische woningen bieden daar bovendien vaak meer mogelijkheden voor dan Nederlandse. Toch zijn er wel degelijk uitdagingen.”

Slim energiemanagement maakt het verschil

Een batterij op zich is een vrij passief toestel: ze laadt en ontlaadt. Het energiemanagementsysteem (EMS), gaande van een eenvoudige app tot een volledig sturend brein voor de woning, maakt het echte verschil.

Dat systeem bepaalt onder meer wanneer energie wordt opgeslagen en hoe die energie verder wordt ingezet. Wie zo’n systeem aankoopt, verwacht bovendien dat het kan meegroeien, onderhouden wordt en vooral betrouwbaar blijft werken. Dat vraagt nieuwe kennis van installateurs.

Installateurs moeten mee evolueren

“Voor de eindgebruiker wordt alles eenvoudiger, voor de installateur niet noodzakelijk”, aldus Van Laethem. “Je moet mee evolueren. Zo moet aardgas tegen 2050 uitgefaseerd zijn. Installatiebedrijven moeten dus in staat zijn om warmtepompen in te passen in een geïntegreerd energiesysteem. Met de kennis en werkwijze van enkele jaren geleden lukt dat niet meer. Het voortdurend aanleren van nieuwe technieken is een noodzaak. We moeten allemaal mee in dat verhaal, wat investeringen vraagt van zowel bedrijven als opleidingsinstellingen.”

Opleidingen hinken achterop

Het opleidingssysteem voor de sector staat volgens Van Laethem onder druk. Daarbij verwijst hij onder meer naar RESCert. Die opleidingen behandelen onder andere pv-installaties, warmtepompen, zonneboilers en biomassaketels. Batterijen en energiemanagement krijgen er volgens hem nog onvoldoende aandacht. “Dat is bijzonder jammer. Het gaat te traag.” Van Laethem pleit daarom voor een modulair opleidingsmodel: een gemeenschappelijke basis rond hernieuwbare energie, aangevuld met gespecialiseerde keuzemodules. Zo blijft de kwaliteit gewaarborgd zonder installateurs te overladen.

Markt mist nog standaarden

Niet elk EMS is hetzelfde. Het gaat om relatief nieuwe technologie. Dergelijke software wordt aangeboden door fabrikanten, gespecialiseerde spelers en zelfs installateurs die hun eigen systeem ontwikkelden. Van Laethem: “De markt is nog niet volwassen. Een consolidatiegolf moet nog komen. Er ontbreekt een standaard.” Hij vindt het weinig zinvol dat elke partij haar eigen gesloten ecosysteem uitbouwt. Daarbij verwijst hij naar opensource-oplossingen zoals Home Assistant, dat wereldwijd door miljoenen gebruikers wordt ingezet.

Open systemen winnen aan belang

“Gebruikers installeren daarbij zelf een server die slimme toestellen herkent en samenbrengt in één dashboard. Een belangrijk nadeel is dat de ondersteuning beperkt is en je vaak op de community bent aangewezen. Professionele partijen staan daar niet onterecht wat terughoudend tegenover. Maar toch: een fabrikant die zijn systeem volledig afsluit, maakt volgens mij de verkeerde keuze. Een brug tussen zo’n open systeem en professionele ondersteuning, waarbij de eindgebruiker slechts beperkt aan de knoppen zit, biedt een mooie combinatie van betrokkenheid en optimalisatie.”

Cyberveiligheid wordt mee een aandachtspunt

Wie het over geïntegreerde energiesystemen heeft, komt al snel uit bij digitale veiligheid. Ook dat vraagt iets van installateurs. Volgens Van Laethem hoeven zij geen cybersecurityspecialisten te worden, maar bewustwording is cruciaal. Is een systeem voldoende robuust? Is het een Europees, Amerikaans of Chinees product? Waar staat de server? Wie heeft toegang tot de data en wie controleert die? “Die vragen worden vandaag steeds vaker gesteld, en dat is maar goed ook.”

Plug-inbatterijen vragen duidelijke regels

Plug-inbatterijen vormen de nieuwste ontwikkeling binnen residentiële opslag. Hun snelle opmars baart Van Laethem wel enige zorgen op het vlak van kwaliteit en veiligheid. De verantwoordelijkheid ligt immers niet bij de installateur, maar bij de eindgebruiker. Zo zag hij onlangs een LinkedIn-post waarin trots een opstelling werd getoond waarbij drie toestellen met verlengkabels aan elkaar gekoppeld waren.

Van Laethem: “Dat is natuurlijk complete onzin en ronduit gevaarlijk. Voorlichting en handhaving zijn noodzakelijk.” PV Vlaanderen ontwikkelde daarom een brochure die de technologie in het juiste perspectief plaatst en uitlegt hoe ermee moet worden omgegaan. Toch noemt Van Laethem de plug-inbatterij een positieve ontwikkeling.

“Ze maakt energieopslag toegankelijk voor een veel groter publiek en zet mensen aan om na te denken over hun energieverbruik en het capaciteitstarief. Bovendien maakt dit deel uit van de weg naar een volwassener energiesysteem. Daarin wordt slim energiemanagement de norm. Installateurs zullen dat moeten waarmaken, maar ik ben ervan overtuigd dat de sector daar ook de veerkracht voor heeft. Dat komt dus wel goed.”