Hoe reëel is brandgevaar bij thuisbatterijen?
Terug
De afschaffing van de terugdraaiende teller heeft in combinatie met de invoering van het capaciteitstarief het Vlaamse energielandschap flink hertekend. Het net fungeert niet langer als gratis opslagplaats en hoge verbruikspieken zorgen voor diepe kraters in de portemonnee. Beide veranderingen stimuleren het eigen gebruik van de elektriciteit die je zelf opwekt. Op die golf surfen thuisbatterijen dankbaar mee. Maar bekeken vanuit het perspectief van brandveiligheid gaat die opmars gepaard met nieuwe uitdagingen.
Hoewel incidenten met thuisbatterijen voor zover bekend zeldzaam zijn, kunnen de gevolgen ernstig zijn wanneer deze in thermal runaway raakt. Consumenten kunnen zelf stappen ondernemen om de risico’s zo klein mogelijk te houden. Daarnaast staat ook de techniek niet stil en blijven thuisbatterijen steeds veiliger worden.
Gerapporteerde incidenten
Hoe vaak een thuisbatterij daadwerkelijk brand veroorzaakt, is lastig exact vast te stellen. Een centrale registratie van dergelijke incidenten ontbreekt in veel landen. Duits onderzoek van RWTH Aachen uit 2025 geeft voorlopig een van de beste inschattingen. De onderzoekers brachten voor Duitsland gemelde branden met thuisbatterijen in kaart en zetten die af tegen het aantal geïnstalleerde systemen. Zij kwamen uit op een geschatte jaarlijkse brandfrequentie van ongeveer 0,005 procent, oftewel grofweg één incident per 20.000 thuisbatterijen per jaar. Daarmee is de kans op brand klein en ligt die volgens de onderzoekers in dezelfde orde van grootte als bij bijvoorbeeld een wasdroger.
Ook uit recenter onderzoek van het Nederlandse NIPV blijkt dat de oorzaak van incidenten sterk kan verschillen. Bij onderzochte gevallen ging het onder meer om een technisch defect, problemen met een omvormer en mechanische beschadiging van een batterij tijdens werkzaamheden. Een thuisbatterij hoeft dus niet spontaan vanuit de batterijcellen in brand te vliegen. Juist daarom spelen naast de kwaliteit van het systeem ook een correcte installatie, de locatie en het voorkomen van beschadiging een belangrijke rol bij het beperken van het risico.
Thermal runaway
Een ander onderzoek van het Amerikaanse UL Research Institutes omschreef wat er gebeurt met de thuisbatterij als er wel brand ontstaat. Het meest belangrijke proces dat hierbij is betrokken wordt thermal runaway genoemd.
Thermal runaway is een kettingreactie waarbij een van de batterijcellen oververhit raken en andere nabijgelegen cellen als dominostenen doen vallen tot uiteindelijk de volledige batterij is geïmpacteerd. Ze is onomkeerbaar en kan leiden tot gasvorming, ontbranding en in de ergste gevallen zelfs explosie. Thermisch of elektrisch misbruik zijn de belangrijkste oorzaken. Het overladen van een batterij, maar ook een productiefout, een gebrekkige installatie, externe hitte of mechanische schade als gevolg van een klap met bijvoorbeeld de wagen kunnen dit proces in gang zetten. Helaas gaat het soms zo snel dat het batterij management systeem (BMS), dat de accucellen tegen oververhitting moet beschermen, niet altijd de tijd heeft om in te grijpen.
Erg gevaarlijk
De kans op een thermal runaway is weliswaar klein maar zoals de cijfers aantonen, niet nihil. En als het gebeurt, wordt het plots heel erg uitkijken, misschien zelfs nog meer dan bij een ‘gewone’ brand. Ook voor de brandweer. Tijdens de eerste fase, nog voor het op celniveau helemaal misloopt en de batterij daadwerkelijk vuur vat, komen er witte, ietwat doorschijnende gassen vrij die via ventilatieopeningen de ruimte vullen. De samenstelling van die gassen varieert van fabrikant tot fabrikant, maar ze zijn behalve giftig, vaak ook erg brandbaar. Tegelijk bouwt de druk zich op. De kleinste ontstekingsbron kan volstaan om een explosie te veroorzaken. Wat de situatie nog bemoeilijkt, is dat je een brandende batterij niet kunt blussen. Die moet eerst gekoeld worden en afgekoppeld. Pas dan kan je ze onschadelijk maken.
Wetgeving
In tegenstelling tot de VS, waar het wetgevende kader per cyclus van twee à drie jaar wordt herzien, bestaat er in België nog geen specifieke brandwetgeving voor thuisbatterijen. Sterker nog, voor eengezinswoningen komt België niet verder dan het verplichten van een rookmelder. Dat neemt niet weg dat er wel een paar regels zijn. Zo moet de installatie van een thuisbatterij worden gemeld aan de netbeheerder. Maar plug-inexemplaren met een beperkt vermogen vallen bijvoorbeeld al niet onder de AREI-keuring. Daarnaast heb je Synergrid, dat technische homologatielijsten publiceert zoals de bekende C10/26-lijst voor thuisbatterijen en omvormers. Een toestel dat niet op de lijst staat, mag niet zomaar op het Belgische elektriciteitsnet worden aangesloten. Een derde vorm van regelgeving legt Europa op in zijn productverordening 2023/1542. Daarin staan de eisen gestipuleerd waaraan een thuisbatterij moet voldoen om een verplichte CE-markering te kunnen krijgen. Technische testen maken daar deel van uit.
Praktisch advies
De weinige regels die er zijn, bieden weinig houvast. Je kunt particuliere klanten dan wel wijzen op het belang van een CE-markering, maar dat volstaat niet als basis voor een te volgen protocol. Wellicht nog het beste advies dat je je klanten kunt geven, is dat ze hun thuisbatterij buiten plaatsen. Daar zijn outdoorbatterijen trouwens voor gemaakt. Ze functioneren bij een temperatuurbereik van -20 graden Celsius tot + 50 graden Celsius en zijn door hun omkasting goed bestand tegen wind en regen. Elke fabrikant biedt ook een technische fiche aan met richtlijnen voor het geval er zich een brand voordoet. Het kan geen kwaad die eens door te nemen. Druk klanten tot slot op het hart dat ze niet zelf proberen in te grijpen en dat ze weg blijven van ramen, deuren en poorten. Bij een explosie zijn dat de gevaarlijkste plekken.
Wat zeggen de fabrikanten?
Ook voor fabrikanten is een thermal runaway een absolute nachtmerrie. Ze doen er daarom alles aan om die uiterst linke kettingreactie te vermijden en willen bij monde van Remy Oomens (Libra Energy) graag wat nuancering aanbrengen. Zo wijst hij er op dat de batterijchemie de afgelopen jaren veel stabieler en dus veiliger geworden. Nikkel-mangaan-kobalt (NMC), bijvoorbeeld, werd als marktstandaard vervangen door lithium-ijzerfosfaat (LFP), welke bij ieder geval uit het Amerikaanse onderzoek betrokken was. Daarnaast gaat de betere selectie van componenten de mismatch tussen cellen tegen en beschikken de meeste apparaten over een of andere vorm van aerosol-blussysteem. Deze en andere verbeteringen moeten het risico op incidenten, dat al klein was nog verder reduceren.










