Wind en zon zorgen voor switch op Europese stroommarkt
Terug
Volgens de jaarlijkse elektriciteitsreview van onderzoeksplatform Ember bereikte Europa in 2025 een historische mijlpaal: voor het eerst wekten wind en zon meer elektriciteit op dan fossiele brandstoffen. Waar deze duurzame bronnen samen goed waren voor 30 procent van de totale Europese elektriciteitsproductie, bleef het aandeel van fossiele brandstoffen steken op 19 procent.
Aanhoudende groei
Vorig jaar vertegenwoordigde zonne-energie een aandeel van 13 procent binnen de stroomopwek in Europa en noteerde deze duurzame bron voor het vierde opeenvolgende jaar een toename van meer dan 20 procent. In elk EU-land vertoonde de bijdrage van zonne-energie een stijgende lijn. In Nederland nam zonne-energie zelfs meer dan een vijfde van het totale stroomopwekking voor haar rekening. Ook in Spanje, Cyprus, Griekenland en Hongarije was dit het geval. Laatstgenoemd land spande trouwens de kroon binnen de EU: 28 procent van de totale opwek werd er gerealiseerd door energie uit de zon.
Vorig jaar dikte de stroomopwek door zonne-energie aan van 307 naar 369 terawattuur. Die sterke groei van 62 terawattuur was noodzakelijk, aangezien de productie uit wind en waterkracht door ongunstige weersomstandigheden juist daalde met respectievelijk 12 en 43 terawattuur.
Sterke invloed gas op elektriciteitsprijs
Ondanks de afnemende structurele rol van aardgas, bleef het wel een bepalende factor in de elektriciteitsprijzen van vorig jaar, zo blijkt uit het rapport. De gasproductie groeide met 8 procent toe vergeleken met 2024, voornamelijk om de vraag naar elektriciteit tijdens de ochtend- en avonduren op te vangen. Dit zorgde voor forse prijspieken, waardoor de groothandelsprijzen in 21 EU-landen hoger uitvielen dan het jaar ervoor. De totale Europese gasrekening voor stroomproductie steeg hierdoor met 16 procent naar 32 miljard euro, wat aantoont hoe afhankelijk het systeem van gas blijft om de nodige flexibiliteit te genereren.
Batterijen steeds interessanter
Volgens Ember maken de hoge kosten van gas ten opzichte van hernieuwbare bronnen de investeringen in batterijopslag steeds aantrekkelijker. Batterijen bieden een oplossing voor de dure pieken in de vraag. Bovendien wordt deze businesscase versterkt door een gemiddelde daling van de batterijkosten met 20 procent per jaar in het afgelopen decennium. In combinatie met de groeiende prijsverschillen gedurende de dag was investeren in opslag in 2025 financieel rendabeler dan ooit.
Naast prijsstabilisatie helpen batterijen om de verspilling van groene stroom te voorkomen. Nu moeten zonne- en windparken soms worden afgeschakeld als het net overbelast raakt of de vraag te laag is. Zo werd in Duitsland 3,1 procent van de zonne-energie afgeschakeld. Batterijen kunnen deze goedkope stroom opslaan en op een gunstiger prijsmoment weer verkopen.
Momenteel fungeren Duitsland en Italië als koplopers: samen nemen zij de helft van de Europese batterijcapaciteit voor hun rekening. Ember vergelijkt de situatie in Italië met die in Californië vier jaar geleden. Daar groeide de capaciteit in korte tijd van 2 naar 13 gigawatt, een vijfde van het vermogen om de piekvraag te dekken. Italië beschikt volgens het rapport over de juiste condities voor een vergelijkbare groeispurt.
Juiste kader scheppen
Voor de implementatie van flexibiliteit adviseert Ember de EU-landen om de batterijbarrières weg te nemen door vergunningen te vereenvoudigen, dubbele netheffingen te schrappen en duidelijke technische standaarden in te voeren. Daarnaast pleit men voor vergoedingen voor consumenten die flexibiliteit bieden en voor een grootschalige verzwaring van zowel nationale als internationale elektriciteitsnetten. Tot slot onderstreept het rapport het belang van heldere richtlijnen voor elektrificatie, waarbij actieve stimulering van bijvoorbeeld warmtepompen de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen verder moet inperken.











