Netcongestie of boete, wat primeert voor de netbeheerder?
Terug
De energietransitie is in volle gang. We hebben net in de maand maart de drempel van 500.000 volledig elektrische voertuigen overschreden. Elektrificatie van vervoer en verwarming, de opmars van hernieuwbare energie en de digitalisering van onze economie vragen steeds meer van onze elektriciteitsnetten. Tegelijkertijd beginnen we de grenzen van wat het huidige netwerk aankan te voelen, met netcongestie als zichtbaar resultaat. Hier en daar kunnen bedrijven hun activiteiten niet meer uitbreiden of zelfs opstarten onder normale voorwaarden.
Netcongestie ontstaat wanneer binnen een elektriciteitskring de capaciteit van één van de twee aanwezige transformatoren wordt overschreden. In dat geval kan het net lokaal geen bijkomend vermogen meer veilig transporteren. Wanneer meerdere aansluitingen gelijktijdig een hoog vermogen vragen of geven, bijvoorbeeld door zonnepanelen, warmtepompen, datacenters of elektrische voertuigen, kan een transformator zijn technische limiet bereiken. Nieuwe aansluitingen moeten dan worden uitgesteld of geweigerd: niet wegens een gebrek aan elektriciteitsproductie, maar omdat de bestaande infrastructuur de gevraagde capaciteit op dat moment niet veilig kan transporteren.
De rol van elektrische voertuigen
Elektrische voertuigen (EV’s) zijn niet alleen een cruciaal instrument in onze klimaatstrategie, ze veranderen ook het verbruikspatroon van het net. Wanneer duizenden EV’s tegelijk aan het laden gaan, vooral tijdens piekuren, stijgt de vraag naar vermogen op lokaal niveau significant. Dan kan:
- de vraag pieken tijdens de avond wanneer mensen thuiskomen en de auto opladen;
- lokale transformatoren en kabels sneller naar hun capaciteitsgrens duwen;
- een congestieprobleem ontstaan in woonwijken en industriële zones.
Dat betekent niet dat EV’s de schuldige zijn – integendeel: ze zijn een deel van de oplossing voor mobiliteit en CO₂-reductie – maar ze vormen op dat moment een extra belasting voor een net, dat niet is ontworpen voor zulke variabele en massale vraagpatronen.
Fluvius heeft als enige lokale netbeheerder in Vlaanderen veel katten te geselen. Maar het niet langer vervullen van een basistaak (het voorzien van een netaansluiting voor bedrijven) is een ernstige bedreiging voor het bedrijfsleven en de snelheid van de energietransitie. We mogen dus enige flexibiliteit van de netbeheerder vragen (pun intended).
Boetes uitdelen
Op dit moment zijn in Vlaanderen meer dan 80.000 private laadpunten officieel geregistreerd bij Fluvius. Volgens de netbeheerder ligt het werkelijke aantal thuislaadpalen echter naar schatting minstens op 150.000. Er geldt sinds juni 2021 een wettelijke meldingsplicht voor wie een privaat laadpunt installeert – bijvoorbeeld op een oprit of in een garage – vergelijkbaar met de verplichting die al bestaat voor zonnepanelen en thuisbatterijen. Die registratieplicht is bovendien retroactief: ook eigenaars die vóór juni 2021 een laadpunt in gebruik namen, moeten dit alsnog aangeven bij Fluvius.
De energietransitie steunt fundamenteel op elektrificatie: we subsidiëren elektrische wagens, stimuleren warmtepompen en sturen weg van fossiele brandstoffen. Maar wanneer dezelfde burgers die deze beleidsdoelen volgen vervolgens geconfronteerd worden met boetes of sancties omdat ze hun wagen thuis opladen of hun warmtepomp gebruiken, ontstaat een fundamentele beleidsincoherentie.
Een thuislaadinstallatie is vandaag al een complex en financieel beladen traject. Particulieren moeten navigeren tussen wisselende fiscale voordelen, terugbetalingsregimes via werkgevers, technische vereisten rond keuring en vermogensbeperking, en het capaciteitstarief dat piekvermogen zwaarder laat doorwegen dan energievolume. De investeringsbeslissing is dus geen eenvoudige aankoop, maar een combinatie van regelgeving en complexe tariefstructuren, zoals het capaciteitstarief, die voor veel gezinnen moeilijk te doorgronden zijn. We merken dat de afgelopen jaren steeds minder particulieren geïnteresseerd zijn in een thuislaadpunt.
Wanneer daarbovenop nog boetes of sanctionerende prikkels worden ingevoerd bij hogere gelijktijdige vermogensafname, ontstaat een sfeer van onzekerheid. Wanneer de netbeheerder als initiatiefnemer dan nog eens heel onduidelijk is over zijn beweegredenen, weet een koper van een elektrische (bedrijfs)wagen niet langer waarop men moet anticiperen. Het moeilijke investeringsklimaat voor een thuislaadpaal zakt dan helemaal in mekaar. Nochtans is een thuislaadpaal qua comfort nog steeds de beste oplossing.
Netbeheerders hebben een leidende rol in de energietransitie. Hierover coherent communiceren vereist stabiele, begrijpelijke en consistente signalen. Wie investeert en overstapt naar elektrisch rijden of verwarmen, moet gesteund worden op de lange termijn. Dat is ook de belangrijkste les uit het beleid rond zonnepanelen de afgelopen jaren. En die steun mogen we ook structureel vragen aan de netbeheerder.
Op deze manier is een boetebeleid helemaal niet meer van deze tijd.










