Vlaamse laadinfrastructuur blijft snelle groei verderzetten

Terug
22.01.2026 Nieuws
Stijn  Eeckloo Stijn Eeckloo E-mail Journalist/redacteur
Vlaamse laadinfrastructuur blijft snelle groei verderzetten
© Pexels - Gustavo Fring

De uitbouw van de publieke laadinfrastructuur in Vlaanderen blijft in een stroomversnelling zitten. Met meer dan 72.000 beschikbare laadpunten en een nooit eerder geziene groei van ultrasnelle laders in 2025 wordt de forse opmars vervolgd . Sinds 2020 is het aantal publieke en semipublieke laadpunten bijna tien keer zo groot geworden, zo blijkt uit een analyse van De Tijd op basis van cijfers van het Departement Mobiliteit en Openbare Werken.

De motor achter die vooruitgang is veelzijdig. Bedrijven kregen de voorbije jaren steun om hun laadpalen toegankelijk te maken voor het brede publiek, wat heel wat semipublieke infrastructuur heeft opgeleverd op bedrijfsterreinen, retailparkings en sportcomplexen. Dergelijke laadpalen staan minstens tien uur per dag open voor iedereen. Tegelijk investeren grote uitbaters steeds meer in snellaadstations langs belangrijke verkeersassen, wat de spreiding en de capaciteit van ultrasnelle laadinfrastructuur sterk doet toenemen. Vandaag telt Vlaanderen 72.646 publiek bruikbare laadpunten, een combinatie van publieke en semipublieke laadpalen. Deze infrastructuur is essentieel voor bestuurders die geen mogelijkheid hebben om thuis te laden, zoals inwoners van stedelijke kernen zonder oprit of garage. Dankzij de explosieve groei behoort Vlaanderen inmiddels tot de Europese kopgroep wat betreft laaddichtheid.

In absolute cijfers tellen Antwerpen en Gent zonder twijfel de meeste (semi)publieke laadpalen. Samen zijn dat er ruim 11.500, bijna een zesde van het Vlaamse totaal. Brugge vervolledigt de top drie met ongeveer 1.820 laadpunten, maar volgt dus op geruime afstand. Bekijken we de verhouding tussen de huidige capaciteit en de geschatte minimale behoefte in 2030, dan krijgen we een totaal ander beeld. Vooral dorpjes, zoals Lo-Reninge en Spiere-Helkijn, en plattelandsgemeentes, zoals Heuvelland, Kruisem en Maldegem, scoren hier opvallend hoog. Dat komt voornamelijk door de aanwezigheid van veel semipublieke laadpalen op industrieterreinen of bedrijfszones, die qua totaal laadvermogen soms zwaarder doorwegen dan de publieke palen in de dorpskern. Van de 285 Vlaamse gemeenten hebben er 108 vandaag al voldoende trage laadcapaciteit om aan de verwachte behoefte van 2030 te voldoen. Nog eens 60 gemeenten bereikt minstens 75 procent. Aan de andere kant zijn er slechts zes gemeenten waar de infrastructuur aanzienlijk achteroploopt. Opvallend, met Sint-Genesius-Rode, Kraainem, Wezembeek-Oppem, Tremelo en Linkebeek zijn dat er vijf uit de provincie Vlaams-Brabant.

Hoewel de totale capaciteit spectaculair gestegen is, neemt het aantal elektrische wagens nog sneller toe. Waar er tussen 2020 en 2022 nog vier laadpunten per tien elektrische auto’s waren, is dat nu gedaald tot twee per tien. Toch blijft Vlaanderen comfortabel boven de vaak gebruikte richtlijn van één publiek laadpunt per tien voertuigen. Bovendien voldoet het gewest ruimschoots aan de Europese AFIR-normen, die onder andere om de 60 kilometer een snellader opleggen. Sectororganisatie EV Belgium benadrukt wel dat het huidige tempo moet worden aangehouden, zeker met het oog op 2030. Een verdubbeling van het huidige aantal laadpunten in de publieke ruimte is volgens de federatie noodzakelijk om toekomstige groei van het elektrische wagenpark op te vangen.

Volgens Emile Defooz van het Departement Mobiliteit en Openbare Werken blijft een nauwkeurige monitoring vereist. De elektrificatie kan volgens hem sneller verlopen dan momenteel voorspeld, zowel globaal als per gemeente of wijk. Hij wijst wel op het probleem van de ongelijke spreiding tussen wijken, waardoor zelfs een gemeente met voldoende laadpunten nog steeds met problemen kan kampen: overcapaciteit in de ene wijk en een tekort in de andere fungeren als struikblok voor een consistent en betrouwbaar netwerk.