Vierde kwartaal Sociale Energietarieven stijgen opnieuw: gas en warmte 11,4 procent duurder

Terug
15.09.2026 Nieuws
Vierde kwartaal Sociale Energietarieven stijgen opnieuw: gas en warmte 11,4 procent duurder

Belgische huishoudens die recht hebben op het sociaal energietarief krijgen vanaf 1 oktober, de start van het vierde kwartaal, opnieuw met hogere energiekosten te maken. Het sociale tarief voor aardgas en warmte stijgt met 11,4 procent. Elektriciteit wordt gemiddeld 7 procent duurder. Zonder prijsplafond zou gas zelfs 43,7 procent duurder worden. Dat blijkt uit de nota van de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas (CREG), die deze sociale maximumprijzen voor het vierde kwartaal van 2026 heeft vastgesteld.

De uiteindelijke stijging van 11,4 procent geeft volgens de CREG een beperkt beeld van de onderliggende prijsontwikkeling. Zonder toepassing van het jaarlijkse plafonneringsmechanisme zouden de sociale tarieven voor aardgas en warmte in het vierde kwartaal met 43,7 procent zijn gestegen ten opzichte van het derde kwartaal.

De stijging is ook over een langere periode aanzienlijk. Door de oplopende gasnoteringen sinds maart 2026 zouden de sociale tarieven zonder plafonnering 61,2 procent hoger liggen dan het gemiddelde van de vier voorafgaande kwartalen.

Het prijsplafond voorkomt dat de volledige stijging van de groothandelsmarkt direct wordt doorberekend aan huishoudens die afhankelijk zijn van het sociaal tarief.

Elektriciteit gemiddeld 7 procent duurder

Ook elektriciteit wordt in het vierde kwartaal duurder. De sociale tarieven stijgen gemiddeld met 7 procent. De CREG wijst daarbij eveneens op hogere noteringen op de groothandelsmarkt, ditmaal over de periode van mei tot en met augustus.

De ontwikkeling verschilt wel per type elektriciteitstarief. Het enkelvoudig tarief en het tweevoudig dagtarief stijgen als gevolg van de hogere marktprijzen, maar blijven onder de grens waarbij het kwartaalplafond moet worden toegepast.

Voor het tweevoudig nachttarief en het exclusief nachttarief is de stijging groter. Zonder plafonnering zouden deze tarieven respectievelijk 15,1 en 17,4 procent toenemen ten opzichte van het derde kwartaal. Door het kwartaalplafond wordt de stijging beperkt tot maximaal 10 procent.

Sociale tarieven volgen markt, maar met vertraging

De sociale energietarieven zijn gekoppeld aan de ontwikkelingen op de groothandelsmarkt. Door de plafonnering worden sterke prijsstijgingen alleen niet volledig en direct doorberekend. Bij aardgas en warmte bedraagt de stijging daardoor 11,4 procent, terwijl het tarief zonder plafonnering met 43,7 procent zou zijn gestegen.

Voor huishoudens met een sociaal tarief betekent dit dat de hogere energieprijzen geleidelijker worden doorberekend. De nieuwe sociale maximumprijzen gelden gedurende het vierde kwartaal van 2026.