Onze beste verzekering tegen de volgende crisis staat al op het dak

Terug
13.08.2026 Column
Guy Vandendungen Ingenieur en ondernemer, 25 jaar in de energietransitie voor de industrie
Onze beste verzekering tegen de volgende crisis staat al op het dak

Terwijl de oorlog in Iran de energiemarkten al maanden onder spanning zet, gebeurt er iets opmerkelijks. De schok op onze elektriciteitsfactuur blijft milder dan tijdens de crisis van 2022 – ondanks gaspieken van meer dan 60 euro per megawattuur en olie die tijdelijk boven de 100 dollar per vat ging. Dat is geen geluk. Het is voor een groot deel het werk van zon en wind.

De cijfers geven de omvang aan. Volgens SolarPower Europe bespaarde zonne-energie het continent tussen 1 maart en 15 juli 2026 ongeveer 20 miljard euro aan vermeden gasimport – bij benadering 146 miljoen euro per dag. Dat is meer dan Frankrijk dagelijks aan defensie uitgeeft. En zolang het conflict aanhoudt, loopt die teller verder op: begin juni stond hij nog op 12,8 miljard. Over heel 2025 becijferden het IEA (Internationaal Energie Agentschap) en denktank Ember de vermeden fossiele import bovendien op ruim 51 miljard euro. Elk paneel dat we plaatsen, is een factuur die we niet langer naar het buitenland sturen.

2025 was sowieso een kantelpunt. Voor het eerst wekten wind en zon samen meer Europese stroom op dan alle fossiele bronnen samen: ongeveer 30 procent tegenover 29 procent (bron: Ember). In juni 2026 werd zon zelfs de grootste afzonderlijke stroombron van de EU, goed voor ongeveer een kwart van de opwekking (bron: Ember). In België groeide de zonneproductie in 2025 met zowat 21 procent, tot ongeveer 10,1 terawattuur (bron: Elia). We bouwen sneller dan ooit. Dat is goed nieuws – en het verdient een ander frame.

Want hernieuwbaar is meer dan een klimaatverhaal. Het is een veiligheidsverhaal. Een windmolen of een paneel kan niet geblokkeerd worden in de Straat van Hormuz, en kan niet als drukmiddel ingezet worden door een regime aan de andere kant van de wereld. Elke kilowattuur dat we zelf opwekken, draagt geen geopolitiek prijskaartje. Wie meer hernieuwbaar bouwt, koopt geen subsidie. Hij koopt onafhankelijkheid.

Dat de prijsschok deze keer milder doorwerkt, is geen toeval. Hoe gediversifieerder onze opwekking, hoe minder grip één gasleverancier of één zeestraat op onze factuur heeft. Maar laten we eerlijk zijn: gas blijft voorlopig de prijszetter. De Europese gasrekening voor stroomproductie liep in 2025 op tot ongeveer 32 miljard euro, zo’n 16 procent meer dan het jaar voordien (bron: Ember). Zolang die afhankelijkheid bestaat, blijven we kwetsbaar voor de volgende krantenkop.

De oplossing ligt dus niet in trager bouwen. Ze ligt in slimmer benutten. In 2025 kenden naar schatting zeven EU-landen meer dan 5 procent van de uren met negatieve prijzen – momenten van pure overvloed die we vandaag nog te vaak laten wegvloeien. Die cijfers zijn richtinggevend, geen exacte wetenschap, maar de tendens is onmiskenbaar. Dat overschot is geen probleem; het is onbenut kapitaal. De batterijopslag in de EU groeide bij benadering tot zo’n 10 gigawatt, ruwweg een verdubbeling. Industrie die haar verbruik achter de meter laat meebewegen met de zon, zet die overvloed om in lagere kosten én in flexibiliteit voor het net. De technologie is er. De businesscase is er.

Op één plek is er eindelijk beweging: het beleid. Lang was de vergunning de grootste rem – niet de techniek, niet de financiering. Vlaanderen heeft die analyse intussen zelf gemaakt. De Europese richtlijn RED III is omgezet, met maximale doorlooptijden van ongeveer twaalf maanden in versnellingsgebieden en twee jaar daarbuiten. En in juli 2026 keurde de Vlaamse regering een voorontwerp van decreet principieel goed dat het beroepsrecht wil bijsturen: bezwaren vroeger op tafel, misbruik van vertragingsberoepen ontmoedigen. Dat is een goede zaak.

Maar er zijn drie kanttekeningen. Eén: een voorontwerp is geen wet. Tussen een principiële goedkeuring en de uitvoering ligt een adviesronde waarin ambitie vaak verwatert. De vraag is niet langer óf we hervormen, maar of we het tempo halen dat een energiecrisis verdient.

Twee: laten we het beroepsrecht met zorg behandelen. De toegang tot de rechter is een grondrecht, geen sta-in-de-weg – en wie waarschuwt voor een uitholling ervan, raakt een punt dat we ernstig moeten nemen. Het doel mag niet zijn om tegenspraak te smoren. Wel om louter vertragende beroepen, ingediend zonder echt belang, hun hefboom te ontnemen. Dat onderscheid is alles.

Drie, en dat komt te weinig aan bod: de echte flessenhals verschuift. Voor steeds meer projecten is niet de vergunning het probleem, maar de netaansluiting. Zolang we net, opslag en flexibiliteit niet in één beweging mee vergunnen en aansluiten, verplaatsen we het knelpunt alleen maar. Wie energiezekerheid wil versnellen, moet het net en de batterij even ernstig nemen als het paneel.

De oorlog in Iran is geen aflopende episode, maar een waarschuwing die nog elke dag luider klinkt. Er komt een volgende schok; we weten alleen niet wanneer. Onze beste verzekering ligt niet in een nieuwe gasdeal aan de andere kant van de wereld. Ze ligt op onze daken, onze velden en achter onze meters – als we ze tenminste tijdig mogen bouwen én aansluiten.

Guy Vandendungen is Country Manager Nederland bij PerPetum Energy en lid van de stuurgroep PV-Vlaanderen (ODE). Hij schrijft deze column in persoonlijke naam.