ODE merkt dat capaciteitstarief op de energietransitie weegt
Terug
Netcongestie is een tijdelijk probleem in Vlaanderen. Een verdere uitbreiding van de marktflexibiliteit, het extra benutten van impliciete flexibiliteit en een verdere uitbouw van het net, zullen oplossingen brengen. Dat hopen en verwachten directeur Nathalie Devriendt en coördinator PV Freya Vandaele van ODE, de sectororganisatie voor duurzame energie in Vlaanderen. Ze pleiten wel al voor specifieke maatregelen op korte termijn. Zo moet het huidige capaciteitstarief op de schop.
Batterijen krijgen de volle aandacht van de sectororganisatie. Veel leden zijn er al actief mee en het beleid wordt op de voet gevolgd. Toch is ODE zelf op dit vlak nog onvoldoende zichtbaar, constateert Devriendt. Daarom wordt aan een betere organisatie rond opslag en aansturing gewerkt bij zowel ODE als PV Vlaanderen. “We willen stakeholders rond opslag en aansturing aantrekken en verwelkomen, met bijzondere aandacht voor optimalisatie achter de meter. Die zijn nodig om onze missie – een volledig duurzaam energiesysteem – waar te maken.”
Omgekeerde situatie
Voor Devriendt kan de elektrificatie niet snel genoeg gaan. Vroeger luidde de vraag waar alle groene stroom voor de elektrificatie vandaan moest komen. Vandaag zijn de rollen omgedraaid. De opwek loopt voor op de vraag en er moet af en toe al ingegrepen worden op hernieuwbare productie. “Dat raakt ook aan netcongestie, al heeft Vlaanderen goed naar Nederland gekeken. De urgentie wordt begrepen en er worden maatregelen genomen om niet in dezelfde situatie te belanden.”
Twee soorten congestie
Vandaele vergelijkt netcongestie met een file op het elektriciteitsnet bij afname. Ze onderscheidt daarbij papieren en fysieke congestie. Op het Elia-net is die laatste vorm momenteel reëel. Het Fluvius-net, waarop het gros van de ODE-leden is aangesloten, kampt daar veel minder mee. Beide netbeheerders zagen het afgelopen anderhalf jaar wel hun papieren congestie fors oplopen, aangewakkerd door de explosieve toename van aanvragen voor batterijen en datacenters. Die problematiek wordt intussen aangepakt, onder meer via het Fall Back Flex-contract.
Goedkopere stroompieken noodzakelijk
Vandaele noemt dit type afname-overeenkomsten een deel van de oplossing, maar wijst erop dat er meer gerichte maatregelen nodig zijn om op korte termijn extra flexibiliteit te creëren. Zo zijn de nettarieven voor ODE een belangrijk sturingsinstrument. Op laag- en middenspanning vraagt de organisatie al langer om aanpassing van het capaciteitstarief. Een piek in de afname, ook al was die maar eenmalig, blijft nu lang meetellen in het nettarief.
“Die aanzienlijke kost remt het verbruik af op momenten dat er veel groene stroom beschikbaar is. Dit terwijl effectief verbruik op zulke momenten juist het net en de energietransitie zou helpen. Een van de denksporen bij ODE is in de zonnige maanden tussen 11 en 17 uur niet de volledige piek doorrekenen, maar slechts de helft zodat bijvoorbeeld water dan kan worden opgewarmd. Nederland koos voor een nettarief met meerdere tijdsblokken per dag. Wij stellen een eenvoudigere tijdsverdeling voor, dat is ook beter te begrijpen door de particulier”, meent Devriendt.
Grote bezorgdheid
Ook op hoogspanningsniveau kijkt ODE met argusogen naar het capaciteitstarief. De federale energieregulator CREG publiceerde eind juni de tariefmethodologie voor 2028-2031. De kaders waarbinnen Elia mag bewegen zijn verruimd. Waar er geen capaciteitstarief voor injectie was en de Belgische injectietarieven werden gebenchmarkt met de buurlanden, werd de mogelijkheid gecreëerd om een capaciteitstarief voor injectie op hoogspanning in te voeren en de afstemmingsverplichting vervallen.
“ODE is daar zeer bezorgd over en pleit voor nettarieven die in lijn blijven met de ons omringende Europese landen”, aldus Devriendt.
Garantie kwijt
Vandaele noemt batterijen een prachtig middel om het net te ondersteunen: onbalans opvangen door elektriciteit op te slaan of terug te leveren. Op midden- en laagspanningsniveau ontbreekt die prikkel echter door het capaciteitstarief. Dat belast de piekafname, ongeacht wat het net op dat moment nodig heeft.
“Daardoor worden batterijen nu vooral ingezet om het verbruik achter de meter te optimaliseren. Daarnaast zie ik nog een knelpunt: wie hernieuwbare energie opslaat in een batterij en later injecteert, verliest daarmee de garantie van oorsprong. ODE overlegt hierover met het Vlaams Energie- en Klimaatagentschap (VEKA), in de hoop tegen het einde van het jaar een oplossing te vinden.”
Praktische drempels
Hoe snel verloopt de uitrol van energieopslagsystemen? Gaat het snel genoeg? Zowel op midden- als hoogspanning overtreffen de aanvragen voor aansluiting wat in verschillende academische studies was ingeschat, aldus Devriendt. “De vraag is wel of al die projecten ook effectief gebouwd zullen worden. Elia publiceert binnenkort zijn Flexibility Needs Assessment-studie, die meer inzicht moet geven in de flexibiliteitsnood richting 2030.”
Hoe ziet ODE in dit verband de rol van de thuisbatterij?
“Die zijn in de eerste plaats bedoeld om het eigen verbruik te optimaliseren en pieken af te vlakken. Grootschalige netondersteuning zit er voorlopig niet in, al kan dat op termijn via aggregators alsnog veranderen. Bij Elia bestaat er een congestiemarkt, maar daar kan een thuisbatterij nog niet op inspelen. Fluvius doet nu wintertesten op middenspanning, om per regio in kaart te brengen wanneer congestie optreedt. Partijen kunnen daar dan op inbieden, maar particulieren voorlopig nog niet”, verduidelijkt Vandaele.
Veel wachtenden
Ook België kreeg de afgelopen anderhalf jaar te maken met een groeiende wachtrij voor aansluitingen op het net. Die komt nu onder controle en neemt snel af, aldus Fluvius. Hoe ziet ODE dit? De leden werden gepolst en die krijgen volgens Devriendt intussen eindelijk reactie op hun aanvragen, na maanden wachten in onzekerheid.
“Ook de wachtrij voor batterij-aansluitingen was lang, maar nu komen de eerste contractvoorstellen, in de vorm van Fall Back Flex – een gegarandeerd deel van de aansluiting, aangevuld met een niet-gegarandeerd deel. Dat mechanisme is nog wennen voor onze leden en vormt bovendien een tussenoplossing. Het einddoel is een Flexibele Aansluitingsovereenkomst (FAO). Dat traject zit nu in fase 2 van een consultatie met de Vlaamse Nutsregulator. Fase 3 is voor het najaar gepland. Pas daarna geeft Fluvius er, via eigen consultaties, een concrete invulling aan, onder meer over de vergoeding.”
Impliciete flex
Volgens Devriendt begint de vooruitgang bij een verdere elektrificering van de maatschappij. Daarna moeten assets als warmtepompen, elektrische wagens en e-boilers flexibel worden ingezet, wat onder meer een herziening van het capaciteitstarief vereist. Dat wordt momenteel onderzocht voor laagspanning. ODE staat open voor een gefaseerde aanpak, eerst op middenspanning en dan op laagspanning.
“Maar laat me duidelijk zijn. ODE wil dat die stappen ook effectief worden gezet. Zonder deze maatregel zien we, zeker op laagspanning, nog veel te weinig gebruik van impliciete flex: eindgebruikers die via de juiste prikkels zelf hun verbruik verschuiven. Daar moet dringend op geschakeld worden. Voor ons staat voorop dat vraag en aanbod van elektriciteit zoveel mogelijk via die weg, de markt dus, op elkaar worden afgestemd. Rechtstreeks ingrijpen op het net via een technische flex door de netbeheerder mag, maar wij zien dat als het allerlaatste redmiddel”, stelt Devriendt.










