Netbeheerder Sibelga kondigt nieuwe routekaart voor Brussel aan
Terug
Brussel heeft als doel om de uitstoot van broeikasgassen tegen 2030 met 40 procent te verlagen, als eerste stap naar CO2 neutraliteit tegen 2050. Sibelga helpt hierbij door het energienet klaar te maken voor de toekomst. Een nieuw strategisch plan genaamd ‘Energizing Tomorrow’ moet de uitrol van hernieuwbare energie, duurzame verwarming en elektrische mobiliteit faciliteren.
Drie uitdagingen staan centraal in de strategie van Sibelga: de productie van hernieuwbare energie en het lokale en gelijktijdige verbruik ervan maximaliseren, de elektrische mobiliteit faciliteren en de toekomst van de verwarming voorbereiden waarbij collectieve oplossingen als warmtenetten worden gecombineerd met individuele oplossingen.
Sibelga wil de productie van hernieuwbare energie maximaliseren en het lokale, gelijktijdige verbruik ervan stimuleren. Het bedrijf doet dit door netaansluitingen te faciliteren, gedeeld gebruik en flexibiliteit te ondersteunen en zo lokale congestie te beperken en eigen verbruik te bevorderen.
Voor elektrische mobiliteit heeft het gewest zich een duidelijk doel gesteld: 22.000 openbare laadpunten tegen 2035 en een verbod op auto’s op bandstof tegen datzelfde jaar. Tegen 2035 zal de verwachte uitrol van laadpunten in Brussel fors zijn, met bijna 200.000 openbare en privé laadpunten, waarvan 45.000 laadpunten op parkeerplaatsen van bedrijven en winkels en 140.000 punten bij particulieren en dus 22.000 openbare laadpalen. Dat komt neer op een totaal vermogen van 1,6 gigawatt, waarvan 350 megawatt gelijk zou kunnen worden gebruikt.
De toekomst van de verwarming in Brussel zal gebaseerd zijn op een wijkniveau aangepaste energievoorziening. Deze aanpak maakt het mogelijk om de meest geschikte oplossing te bepalen van de stedelijke dichtheid en de beschikbare lokale middelen. In deze context lijken gezamenlijke oplossingen zoals gedeelde verwarmingsketels, gemeenschappelijke warmtepompen in gebouwen of warmtenetten in bepaalde wijken relevanter dan individuele aanpak.










