Hoe lost België negatieve energieprijzen op?

Terug
31.07.2026 Hoofdartikel
Van de 365-redactie
Hoe lost België negatieve energieprijzen op?

De elektriciteitsprijs zakt steeds vaker onder nul. Dat heeft financiële consequenties, met name voor producenten van zonne- en windenergie en bedrijven die rechtstreeks aan de energiemarkt zijn blootgesteld. Is dit een tijdelijk fenomeen of een structureel onderdeel van het toekomstige groene energiesysteem? Waar liggen de oplossingen volgens Marc Van den Bosch, General Manager van FEBEG, de federatie van de Belgische elektriciteits- en gasbedrijven. “De grote uitdaging is van de huidige prosumenten echte ‘flexumers’ maken.”

In België lag het aantal uren met negatieve stroomprijzen in 2021 nog op 159. Tegen 2024 was dat al opgelopen tot 404 en in 2025 tot zelfs 520. Dit is omgerekend zo’n 6 procent van alle uren in het jaar. Het gegeven doet zich vooral voor op zonnige dagen rond de middag, wanneer de hernieuwbare productie zich op zijn hoogtepunt bevindt. Bovendien blijkt er een sterke samenhang met de prijzen in de buurlanden te bestaan. Het gaat om een structureel Europees probleem, dat om een fundamentele, liefst grensoverschrijdende aanpak vraagt.

Weinig invloed op consument

Voor consumenten met een vast of variabel contract is de impact van negatieve uurprijzen doorgaans beperkt. Van den Bosch noemt dit een onderbelichte nuance in het publieke debat. “Volgens het marktrapport 2026 van de Vlaamse Regulator van de Elektriciteits- en Gasmarkt (VREG) betaalden in 2025 naar schatting bijna 29.000 prosumenten minstens één maand voor hun teruglevering. Dat is meer dan in 2024, maar het betreft nog altijd maar een beperkt aandeel van alle prosumenten met een digitale meter. Vooral producenten van hernieuwbare energie en bedrijven met marktgebaseerde contracten of eigen productie ondervinden de gevolgen, die zichtbaar zijn in hun opbrengsten of energiefactuur.”

Piekuren worden verliesuren

Producenten van zon en wind passen curtailment toe: ze verminderen of stoppen hun opwekking zodra de prijs onder nul zakt, om te voorkomen dat ze moeten betalen voor injectie. Volgens Van den Bosch is dat geen marginaal verschijnsel meer en ook geen vrijwillige keuze. Het betekent direct financieel verlies, precies op de momenten waarop de opwek piekt.

Dit fenomeen wordt ook wel solar cannibalisation genoemd. Doordat vele installaties tegelijk produceren, daalt de prijs net wanneer zonnepanelen het meest opleveren. Producenten ontvangen daardoor minder dan het marktgemiddelde. Particulieren passen hun productie nauwelijks aan de marktprijs aan, al schakelen sommigen een batterij in of verhogen ze hun verbruik bij een hoog aanbod. Volgens Van den Bosch ligt hier een belangrijk deel van de zorg bij FEBEG.

Druk op verdienmodel

Investeerders die anticiperen op de weggevallen productie-inkomsten door negatieve prijzen, zien het businessmodel van nieuwe zonne- en windparken minder solide worden. Dat risico wordt ingeprijsd, wat de financieringskosten verhoogt. Volgens Van den Bosch bestaat er geen pasklare oplossing, maar er wordt wel op meerdere manieren aan gewerkt. Zo zetten bedrijven in op optimalisatie van eigen verbruik en flexibiliteit, onder meer via e-boilers en de opslag van elektriciteit en warmte. Daarnaast helpt een efficiënter netbeheer: hoe vlotter batterijen, andere flexibele oplossingen en grote nieuwe afnameprojecten worden aangesloten, hoe minder negatieve prijsuren er overblijven.

Risico op volatiele prijzen

Vergeleken met dezelfde periode vorig jaar, waren er in de eerste helft van 2026 minder negatieve prijsuren. Er is dus sprake van een afvlakking. Dit toont volgens Van den Bosch aan dat de ondernomen stappen stilaan effect hebben. Daarnaast kunnen bedrijven met een variabel of dynamisch contract profiteren van negatieve prijzen, bijvoorbeeld door energie-intensieve processen te verschuiven naar negatieve prijsuren of door in opslag te voorzien. “Diezelfde blootstelling aan de markt betekent echter ook meer prijsvolatiliteit en dus onzekerheid. De bedrijfsvoering vraagt daardoor om meer aandacht voor de marktprijzen”, aldus Van den Bosch.

Slimmer laden

Ook prosumenten en thuisbatterijen kunnen bijdragen aan het bestrijden van negatieve prijsuren. Ze spelen zelfs een sleutelrol maar vormen geen wondermiddel, stelt Van den Bosch. “België telt naar schatting 1,5 miljoen prosumenten. Vlaanderen is met ruim 1,08 miljoen de koploper. Meer dan 80 procent heeft nog geen thuisbatterij. Wie er wel een heeft, stuurt die vaak nog niet slim aan. Batterijen die op het juiste moment laden, leggen een deel van het overschot vast dat anders tot curtailment zou leiden. Ze laden echter vaak te vroeg en zitten al vol wanneer de prijzen negatief worden.”

Nood aan meer dynamische contracten

FEBEG zet in op een combinatie van maatregelen bij het bestrijden van negatieve prijsuren, onder meer de versnelling van de digitalisering via digitale meters en meer flexibiliteit in productie, verbruik en een gedecentraliseerde opslag. Het aandeel dynamische tariefcontracten moet omhoog. Daarin zit volgens Van den Bosch veel potentieel. Ook eenvoudigere formules, zoals ‘happy hours’ – vergelijkbaar met het vroegere nachttarief – of tijdsgebonden tarieven, kunnen huishoudens helpen hun verbruik naar momenten met overschot te verschuiven. Flexibele elektrificatie van verwarming en van bedrijven, vooral de industrie, blijft daarnaast een prioriteit. Alleen een groeiende én wendbare vraag kan het groeiende aanbod structureel opvangen.

Transparant speelveld

“Daarnaast spelen de regelgeving en het marktontwerp een rol. FEBEG pleit voor snellere procedures voor netaansluitingen, zodat projecten die bijdragen aan flexibiliteit, zoals batterijen, opslag en vraagsturing, niet vastlopen in vertraging. Ook zijn duidelijke regels nodig om speculatieve capaciteitsaanvragen te filteren, zodat de schaarse netcapaciteit terechtkomt bij projecten die echt bijdragen aan de oplossing. Investeringszekerheid en aansluitingssnelheid zijn voor FEBEG net zo belangrijk als de tariefstructuur zelf”, merkt Van den Bosch op.

Van prosument naar flexumer

Negatieve prijzen en het risico op incompressibiliteit (dit is een overschot aan stroomproductie dat niet meer kan worden weggewerkt door extra verbruik, productievermindering of export) blijven de komende jaren waarschijnlijk een actueel thema. “Zeker met de aanhoudende groei van zonne-energie”, stelt Van den Bosch. Hij ziet negatieve prijzen echter niet als een falen van de energietransitie, maar als bewijs van succes.

“Nooit eerder was er zoveel betaalbare, lokaal opgewekte groene stroom voorhanden. De uitdaging zit erin om prosumenten te laten doorgroeien tot echte ‘flexumers’: consumenten en bedrijven die niet enkel stroom produceren, maar hun verbruik en opslag ook actief afstemmen op de prijssignalen. Alleen zo houden vraag en flexibiliteit gelijke tred met de groeiende opwek, en kunnen we gezamenlijk doorpakken in de transitie naar een duurzaam energiesysteem.”