EPBD-deadline verstreken: Belgische bouwsector moet zich voorbereiden op strengere gebouwregels

Terug
02.06.2026 Nieuws
Gijs de Koning Gijs de Koning E-mail Hoofdredacteur
EPBD-deadline verstreken: Belgische bouwsector moet zich voorbereiden op strengere gebouwregels

Sinds 29 mei is de herziene Europese richtlijn voor de energieprestatie van gebouwen geen dossier voor later meer. Die datum markeert de algemene omzettingsdeadline van de EPBD IV. Lidstaten moesten hun wet- en regelgeving uiterlijk dan aanpassen aan de nieuwe Europese afspraken voor energieprestaties, renovatie, fossielvrije verwarming, zonne-energie en laadinfrastructuur in gebouwen. De richtlijn zelf trad al op 28 mei 2024 in werking.

Voor België betekent dat niet dat er op 29 mei één nieuwe federale bouwwet voor alle gebouwen is ingegaan. De energieprestatie van gebouwen is grotendeels een gewestelijke bevoegdheid. Vlaanderen, Brussel en Wallonië moeten de Europese regels daarom elk vertalen naar hun eigen EPB- of PEB-regelgeving. De impact voor de sector wordt daardoor niet op één moment zichtbaar, maar via een reeks gewestelijke decreten, besluiten, rekenmethodes en uitvoeringsregels.

De richting is wel duidelijk. De EPBD moet Europa naar een emissievrij gebouwenbestand in 2050 brengen. Nieuwe overheidsgebouwen moeten vanaf 2028 emissievrij zijn, alle nieuwe gebouwen vanaf 2030. Daarnaast komen er strengere eisen voor slecht presterende gebouwen, meer aandacht voor hernieuwbare energie op gebouwen, aangepaste energieprestatiecertificaten en nationale renovatieplannen.

Geen plotselinge renovatieplicht voor elk gebouw

De belangrijkste nuance is dat 29 mei vooral een juridische deadline is. Eigenaars hoeven hun woning of bedrijfsgebouw niet sinds die dag onmiddellijk volledig te hebben gerenoveerd. Wel moeten de Belgische gewesten aantonen hoe zij de Europese richtlijn omzetten.

Een deel van de EPBD had al eerder gevolgen. De Europese Commissie wijst erop dat lidstaten sinds 1 januari 2025 geen financiële stimulansen meer mogen geven voor de installatie van autonome verwarmingsketels op fossiele brandstoffen. De algemene omzettingsdeadline voor de rest van de richtlijn ligt op 29 mei 2026.

Voor de Belgische markt betekent dit dat fossiele verwarmingssystemen verder onder druk komen te staan, vooral in nieuwbouw en grondige renovaties. Warmtepompen, warmtenetten, lagetemperatuurverwarming, zonnepanelen, ventilatie en energiebeheer worden daarmee steeds meer onderdeel van het standaardontwerp van gebouwen.

Vlaanderen: EPB-eisen 2026 maken richting concreet

In Vlaanderen is de Europese beweging al zichtbaar in de EPB-eisen voor 2026. Een recente brochure van het Vlaams Energie- en Klimaatagentschap zet uiteen welke eisen gelden voor nieuwbouw, gewone renovatie en ingrijpende energetische renovatie. Wie in Vlaanderen bouwt of verbouwt, moet voldoen aan EPB-eisen rond energieprestatie, isolatie, installaties en ventilatie. Voor de start van de werken moeten een EPB-verslaggever en ventilatieverslaggever worden aangesteld en moet een startverklaring worden ingediend. Na de werken volgt de EPB-aangifte.

Voor nieuwbouw blijft E30 de norm. Dat komt overeen met BEN, bijna-energieneutraal bouwen. Nieuwbouwwoningen moeten bovendien minstens 15 kilowattuur per vierkante meter per jaar aan zonne-energie voorzien. Bij een ingrijpende energetische renovatie geldt E60 en minstens 20 kilowattuur per vierkante meter per jaar aan hernieuwbare energie. Daarbij kan het onder meer gaan om een warmtepomp, warmtepompboiler, zonnepanelen, zonneboiler, warmtenet of participatie in een hernieuwbaar energieproject.

Ook de installatie-eisen worden belangrijker. Bij nieuwbouw met centrale verwarming op water moet het systeem op lage temperatuur werken en een minimaal installatierendement van 130 procent halen. Volgens de VEKA-brochure maakt dat een warmtepomp in veel gevallen de meest logische keuze, tenzij er een warmtenet beschikbaar is. Voor ingrijpende energetische renovaties geldt eveneens een minimaal installatierendement van 130 procent. De brochure omschrijft dat als minstens een hybride warmtepomp.

Daarmee wordt de EPBD voor de Vlaamse markt concreet in ontwerpkeuzes. Het gaat niet alleen om betere isolatie, maar ook om de combinatie van luchtdicht bouwen, ventilatie, lage temperatuurverwarming, hernieuwbare energie en voorbereiding op fossielvrije warmte.

Aardgas en stookolie verder naar de achtergrond

De VEKA-brochure plaatst de EPB-eisen ook in een langere tijdlijn. Sinds 2021 is BEN de standaard voor nieuwbouw. Sinds 2022 is het vervangen en plaatsen van stookolieketels in de meeste situaties verboden. Sinds 2025 is een gasaansluiting algemeen verboden bij nieuwbouw. Bij bestaande woningen blijft een gasaansluiting mogelijk, maar dan tegen hogere aansluitkosten.

Voor de sector is vooral de samenloop van regels relevant. De EPBD stuurt Europees richting emissievrije gebouwen, terwijl Vlaanderen via EPB-eisen, renovatieverplichtingen en installatie-eisen al voorsorteert op fossielvrije warmte. Installateurs en ontwerpers zullen daardoor vaker vroeg in het bouwproces moeten beoordelen of een gebouw geschikt is voor lagetemperatuurverwarming en welke combinatie van isolatie, ventilatie, warmtepomp, warmtenet of zonne-energie technisch en financieel haalbaar is.

Brussel en Wallonië volgen eigen traject

Ook Brussel en Wallonië moeten hun regelgeving aanpassen aan de EPBD. In Brussel loopt dit via de hervorming van de PEB-regelgeving en de bredere Renolution-aanpak. De Brusselse regelgeving moet onder meer de certificering, rekenmethodes, software en erkende professionals verder aanpassen aan de nieuwe Europese eisen. De effectieve invoering hangt daar af van de nieuwe uitvoeringsregels, software en opleidingen.

Wallonië werkt eveneens aan een herziening van de PEB-regelgeving. Volgens de Waalse energieadministratie vereist de nieuwe EPBD een nieuw PEB-decreet en een nieuw uitvoeringsbesluit. Daarbij gaat het onder meer om strengere eisen voor nieuwe en gerenoveerde gebouwen, wijzigingen aan het PEB-certificaat, nieuwe rekenmethodes, renovatieplannen en minimumnormen.

Voor bedrijven die in heel België actief zijn, ontstaat daardoor een complex speelveld. De Europese richting is dezelfde, maar de technische eisen, procedures en timing blijven gewestelijk verschillend.

Wat betekent dit voor de sector?

Voor de bouw-, installatie- en energiesector verschuift de discussie nu van beleid naar uitvoering. De komende jaren worden bepalend voor de vraag hoe streng de gewesten de EPBD precies vertalen en hoe snel verplichtingen op projectniveau gaan doorwerken.

Eind 2026 moeten lidstaten hun definitieve nationale renovatieplannen indienen bij de Europese Commissie. Die plannen moeten laten zien hoe het gebouwenbestand richting 2050 wordt verduurzaamd. Vlaanderen bereidt daarvoor een Gebouwrenovatieplan 2050 voor, met onder meer aandacht voor een energiezuinig en fossielvrij gebouwenpark en collectieve renovatie.

Voor de markt betekent dit waarschijnlijk meer vraag naar renovatieadvies, EPC- en EPB-diensten, warmtepompen, ventilatiesystemen, zonnepanelen, gebouwbeheersystemen, laadinfrastructuur en energiemanagement. Tegelijk is de praktische impact nog niet overal uitgekristalliseerd. De EPBD bepaalt de richting, maar Vlaanderen, Brussel en Wallonië bepalen hoe die verplichtingen precies worden ingevoerd.