Dynamische energiecontracten: ‘Adoptie blijft achter, versnelling nodig’
Terug
Dynamische energiecontracten winnen langzaam terrein in België, maar de adoptie blijft voorlopig beperkt. “Belgen hebben een voorkeur voor vaste prijzen, zo lijkt het”, zegt Kris Voorspools van 70GigaWatt Consulting. Bovendien ziet hij dat vooral de risico’s worden uitvergroot. “Er is nood aan meer sensibilisering. Mensen kunnen er geld mee besparen en de flexibiliteit van ons energiesysteem mee vergroten.”
Voorspools volgt de evolutie van de energiemarkten nauwgezet, al meer dan dertig jaar. Hij werkte onder meer als portfoliomanager bij diverse energieleveranciers. Momenteel richt hij zich als zelfstandige met name op het begeleiden van bedrijven in hun energietransitie. Hoe kijkt hij naar de opkomst van dynamische energiecontracten in België? Hij wijst allereerst op de groothandelsmarkt. Daarin is het afrekenen van elektriciteit per kwartier tegen de marktprijs van dat kwartier al lang gebruikelijk.
Nauwelijks ingeburgerd
“Nu is dit systeem ook beschikbaar voor huishoudens en kleinere ondernemingen. Meer dan tien leveranciers bieden inmiddels dynamische energiecontracten aan. De uitrol blijft echter beperkt. Iets meer dan één procent van de consumenten heeft een dynamisch contract. In Wallonië en Brussel is dat eerder nul. Dat is een bijzonder laag aandeel in vergelijking met andere landen, bijvoorbeeld Noorwegen waar dat aandeel maar liefst 97,2 procent bedraagt.”
Onbekend is onbemind
Voorspools ziet verschillende oorzaken voor de beperkte populariteit van dynamische energiecontracten. Veel Belgen kiezen liever voor de voorspelbaarheid van een vast tarief. “Zelfs als die duurder zijn, kiezen veel mensen liever voor de perceptie van zekerheid.” Daarnaast speelt onbekendheid mee. In de berichtgeving wordt vaak de nadruk op prijspieken gelegd en blijven de uren met zeer lage of negatieve stroomprijzen onderbelicht.
“Dynamische contracten worden daardoor niet zelden als risicovol gezien, terwijl de potentiële besparing juist groter is dan het mogelijke nadeel”, beklemtoont Voorspools. “Perioden met negatieve stroomprijzen komen bovendien steeds vaker voor. Op die momenten kan het financieel aantrekkelijk zijn om een elektrische auto op te laden, een warmtepomp te laten draaien of huishoudelijke apparaten te gebruiken. Bovendien kunnen consumenten daar ook zonder geavanceerde technologie al op inspelen.”
Ook zonder EMS interessant
Een energie-managementsysteem (EMS) kan helpen bij het maximaal benutten van een dynamisch contract, zeker bij het slim sturen van energie-intensieve apparatuur zoals een batterij, warmtepomp of laadpaal. Maar ook zonder slimme sturing kan een huishouden voordeel behalen. “Waar vroeger het gebruik van dag- en nachttarieven een verschil kon maken, zijn het nu vooral de uren met veel duurzame stroom die besparingskansen bieden.”
Beperkte risico’s
Welk financieel risico brengt een dynamisch energiecontract daadwerkelijk met zich mee? Voorspools vergeleek twee extreme scenario’s: het verbruik verschuiven naar de goedkope uren en alleen verbruik tijdens de dure uren. De potentiële winst bij optimaal slim sturen bleek groter dan het mogelijke verlies in het slechte geval. Voor veel huishoudens pakt een dynamisch energiecontract bij ongewijzigd gedrag ongeveer vergelijkbaar uit met een variabel contract, terwijl aanpassing altijd voordeel oplevert.
Perceptie struikblok
“Hoe meer grote elektriciteitsverbruikers een huishouden heeft, hoe groter het potentiële voordeel van een dynamisch contract. Toch vinden veel mensen het nog ingewikkeld, ook met het oog op comfort. Maar dat is vooral beeldvorming. Zo laden veel mensen hun elektrische auto meteen na thuiskomst op, precies op een moment dat het net al zwaar belast is en stroom duur. Zeker bij een bedrijfswagen ontbreekt vaak de financiële prikkel om dat gedrag aan te passen, omdat de laadkosten door de werkgever worden vergoed. Met een slimme laadpaal, smart charging app of simpele timer kan laden echter eenvoudig worden verschoven naar goedkopere uren.”
Beperkt enthousiasme
Voor leveranciers van energie betekent een dynamisch energiecontract extra werk. Ze moeten klanten per kwartier kunnen afrekenen en daarvoor veel data genereren en verwerken. “Met name de traditionele energiebedrijven, de dinosaurussen, zijn daar van oudsher niet op ingericht”, weet Voorspools. Tegelijkertijd zijn er voordelen te behalen, zoals meer inzicht in klantgedrag, hun energie-inkoop daar beter op afstemmen en extra slimme diensten aanbieden.“Ik zie niet dat leveranciers dynamische energiecontracten tegenwerken, maar ze promoten ze ook niet bijzonder actief. Tegelijkertijd neemt het aanbod wel toe en komen er tevens tussenvormen op, zoals Empower Flextime van Engie met drie tijdsblokken met verschillende tarieven, waarmee consumenten kunnen wennen aan het idee dat stroom niet altijd even waardevol is.”
Noodzaak
De opkomst van dynamische energiecontracten raakt volgens Voorspools ook een bredere uitdaging voor het energiesysteem. België beschikt inmiddels over ongeveer 12 gigawattpiek PV en op zonnige momenten ligt de productie ruim boven de vraag naar elektriciteit. Naarmate het aandeel zon en wind groeit, zullen dergelijke overschotten vaker voorkomen en fors in volume toenemen. Meer flexibiliteit aan de vraagzijde wordt daarom onmisbaar, ook bij huishoudens.
“Dat kan door fors in te grijpen, waarbij de netbeheerder een rode knop krijgt om zonnepanelen uit te schakelen bij grote overschotten. Maar het is fijner om de consument zelf keuzes te laten maken. Dynamische contracten zijn daarvoor een geschikt instrument. Ze stimuleren mensen om meer elektriciteit te gebruiken wanneer er een overvloed aan duurzame stroom is en juist minder wanneer het elektriciteitssysteem onder druk staat”, schetst Voorspools.
Sensibiliseren
Wat moet er gebeuren om de adoptie van dynamische energiecontracten te versnellen? Sensibilisering is het codewoord volgens Voorspools. Het is een must om de consument beter te informeren over de mogelijke besparingen en hun cruciale rol in een flexibel energiesysteem. Ook bedrijven kunnen daarbij helpen, bijvoorbeeld door in hun car policy op te nemen dat werknemers met een elektrische bedrijfswagen enkel worden vergoed bij dynamisch thuisladen. Daarnaast ziet hij een taak voor de overheid.
“Slechts een kwart van de energiefactuur bestaat vandaag uit de prijs van elektriciteit. Daardoor is de impact van reageren op dynamische prijssignalen beperkt. Tegelijk neemt de nood aan flexibiliteit toe door de verdere elektrificatie en de groei van zon- en windenergie. Daardoor is het systeem in balans houden een steeds grotere uitdaging. Flexibiliteit is noodzakelijk. Of die nu via prijssignalen komt of op een andere manier wordt georganiseerd. De regelgeving moet mee evolueren.”










