Dertig jaar ODE Vlaanderen: ‘De energietransitie is nog niet klaar’

Terug
30.06.2026 Hoofdartikel
Van de 365-redactie
Dertig jaar ODE Vlaanderen: ‘De energietransitie is nog niet klaar’
©ODE

Terugblikken met trots, vooruitkijken met visie. Dat was het credo bij de viering van de dertigste verjaardag van sectorvereniging Organisatie voor Duurzame Energie Vlaanderen of kortweg ODE. Wat is in die drie decennia bereikt? Wat zijn de grote uitdagingen voor de toekomst? Dat vroegen we aan directeur Nathalie Devriendt. “De focus verschuift van individuele technieken naar het energiesysteem als geheel. Dat moet worden aangepast aan de volwassen speler die hernieuwbare energie nu is.”

“De op te richten Organisatie voor Duurzame Energie Vlaanderen zal een actieplan uitwerken met concrete actiepunten en maatregelen om de hinderpalen voor de ontwikkeling en toepassing van duurzame energiebronnen te overwinnen. De ondertekenaars van deze verklaring ondersteunen op actieve wijze ODE-Vlaanderen en haar doelstellingen.” Zo luidde de Verklaring van Leuven, waarmee op 7 februari 1996 het startschot voor ODE werd gegeven.

Hoe het begon

“Tijdens de viering van drie decennia ODE eind mei nam medeoprichter Jo Neyens ons mee naar de begindagen. ODE kwam tot stand vanuit verenigingen, universiteiten, hogescholen en onderzoeksinstellingen. Betrokken partijen waren onder andere De Zonne-Arc, Proven, IMEC, Vito, De Nayer Instituut, KHBO Oostende, Rijksuniversiteit Gent en Katholieke Universiteit Leuven. Het doel was een duurzame maatschappij te creëren. Daarbij ging het vooral over grondstoffenuitputting. Het reduceren van CO2-uitstoot stond nog niet centraal”, schetst Devriendt.

Vanuit ideologie

Bij de start van ODE waren er nog nauwelijks fotovoltaïsche zonnepanelen in België geplaatst, met uitzondering van wat industriële toepassingen. Het koppelen van PV-systemen begon pas enkele jaren later. Zonneboilers waren echter wel al sterk in opkomst, met name bij een idealistische groep Belgen.

“Dat was de geitenwollensokkenkant”, vertelt Stefan Dewallef, lid van de stuurgroep van ODE. “Dat waren vooral mensen die hun eigen zonneboiler in elkaar zetten, met glasplaten, buizen en een pompje en dergelijke. Ook windenergie had inmiddels voet aan de grond. In Vlaanderen werd jaarlijks zo’n 8 gigawattuur aan windenergie geproduceerd, onder meer door Turbowinds, dat tot de wereldwijde voorlopers behoorde.”

Onder één dak

Dewallef raakte in 1998, via zijn werk bij zonnepanelenbouwer Soltech, betrokken bij Belsia, de vertegenwoordiger van de PV- en zonnewarmtesector, waaruit later PV-Vlaanderen ontstond. Die werd ondersteund door ODE, tevens het knooppunt waar de uiteenlopende duurzame technologieplatformen elkaar ontmoetten. In 2002 werd Belsia formeel onder de paraplu van ODE gebracht. Andere sectorverenigingen volgden dezelfde evolutie: van afzonderlijke organisaties naar één koepel waarin de samenwerking verder werd uitgebouwd.

Wind in de zeilen dankzij zonnepanelen

Rond 2002 kwam in Vlaanderen het systeem van groenestroomcertificaten op gang. Halverwege dat decennium volgde de invoering van de terugdraaiende teller, wat vooral de residentiële markt een extra impuls bezorgde. Op basis van die eerste belangrijke steunmaatregelen nam de uitrol van zonnepanelen een vlucht. Hernieuwbare energie werd relevant op grotere schaal, niet te vergeten tevens door de groei van windenergie. De energietransitie betreft per definitie een combinatie van allerhande technologieën, benadrukt Dewallef.

Gevestigde waarde

De sector verliet de niche en werd volwassen, vertelt Devriendt. ODE groeide uit tot een professionele organisatie, bijvoorbeeld wat betreft de samenwerking met andere spelers in het energielandschap. De sectorvereniging is nu een vaste gesprekspartner van overheden, beleidsmakers en andere betrokken partijen. Met meer dan 300 leden en een team van 11 experten vertegenwoordigt ODE inmiddels de volledige waardeketen van hernieuwbare energie: van onderzoeksinstellingen en studiebureaus tot fabrikanten, projectontwikkelaars, exploitanten, installateurs en onderhoudsbedrijven.

Breder perspectief

Wat zijn de voornaamste uitdagingen waarmee ODE momenteel geconfronteerd wordt?
“De focus verschuift van duurzame productie naar het energiesysteem als geheel. Dat moet worden aangepast aan de mature speler die hernieuwbare energie nu is. Systeemintegratie wordt steeds belangrijker voor een optimaal netgebruik en het mogelijk maken van elektrificatie, en dus de energietransitie verder brengen. Daar zet ODE zich voor in. We kijken niet meer alleen naar zonnepanelen, windturbines of warmtepompen, maar hoe die samen functioneren. Daarbij is ook een steeds grotere rol weggelegd voor batterijen, laadinfrastructuur en slimme sturing”, legt Devriendt uit.

Uitbouw organisatie

ODE is georganiseerd rond vijf technologieplatformen: PV-Vlaanderen, Windkracht Vlaanderen, het Warmtepompplatform, Warmtenetwerk Vlaanderen en het Bio-Energieplatform. Daarboven staat de ODE-koepel, met onder meer een werkgroep rond systeemintegratie. Met het oog op het groeiende belang van dit thema wordt momenteel gekeken naar verdere optimalisatie van de organisatie, tevens door de technologische scope te verbreden.

“Veel PV-installateurs bieden naast zonnepanelen ook al opslagsystemen, EV-laders en energiemanagementsystemen aan”, aldus Dewallef, maar dat is nog niet volledig zichtbaar binnen ODE. Voor batterijen en netondersteunende laadinfrastructuur bestaan nog geen sectorfederaties. ODE wil die domeinen duidelijk vertegenwoordigen richting beleid en overheid.

Stem van de sector

Naast informatieverstrekking en netwerken vormt belangenbehartiging een van de belangrijkste redenen voor een lidmaatschap van ODE, zo blijkt uit recent onderzoek. Voor de Vlaamse overheid is ODE inmiddels een vaste gesprekspartner. Neem de discussie over het op afstand aansturen van installaties achter de meter. De Vlaamse Nutsregulator VNR wil telecontrole al vanaf een zeer laag vermogensniveau verplichten. ODE verzet zich daartegen. “Juist op zulke momenten is het belangrijk dat de kennis en ervaring uit de praktijk ook bij de beleidsmakers terechtkomt”, aldus Devriendt.

Impact hebben

Hoewel het beleid rond hernieuwbare energie grotendeels een regionale bevoegdheid is, hebben ook federale beslissingen grote invloed op de energietransitie. Daarom probeert ODE ook daar sterker op het beleid te wegen, bijvoorbeeld wat betreft de accijnsverschuiving: die van elektriciteit naar aardgas. Daardoor wordt onder andere de elektrificatie van verwarming en mobiliteit gestimuleerd. De federale regering kan deze hervorming op zijn vroegst begin augustus 2026 goedkeuren. In Vlaanderen moet deze accijnsverschuiving in 2028 van kracht worden.

Onverminderde ambitie

“ODE volgt deze en vele andere dossiers op de voet”, benadrukt Dewallef. “De energietransitie is nog niet voltooid. Een volledig hernieuwbare energievoorziening is er nog niet en het doel dat dertig jaar geleden werd geformuleerd, is daarmee evenmin bereikt. Naast verdere elektrificatie en een goede systeemintegratie liggen de volgende grote uitdagingen bij de verduurzaming van warmte. Dat vraagt onder meer om de verdere uitrol van warmtepompen en warmtenetten, maar ook om keuzes over de afbouw van het aardgasnet. Ons werk is dus absoluut nog niet gedaan. Integendeel, er ligt nog heel veel werk op de plank.”