Industriële elektrificatie komt op gang maar gaat niet vanzelf
Terug
Hoe staat het met de elektrificatie van industriële bedrijven? Er zit beweging in, aldus Jeroen Vanfraechem van Entras, maar versnelling is noodzakelijk. “De grote bottlenecks van nu zijn netinfrastructuur en een gebrek aan expertise. Daarin zijn nog belangrijke stappen te zetten, zowel door de overheid als de bedrijven.”
Jeroen Vanfraechem en Frank Alaerts ontmoetten elkaar tijdens hun studie engineering in Leuven. Energie was destijds niet hot. Slechts 9 van de 300 studenten hadden die richting gekozen. Na het volgen van hun eigen weg (Vanfraechem bij Siemens, Alaerts in de kernenergie) kwamen ze elkaar tien jaar geleden weer tegen en richtten ze Entras op. Sindsdien loodsen ze energie-intensieve bedrijven door de energietransitie, met elektrificatie en flexibiliteit als belangrijkste hefbomen.
Real-time sturing
Entras begon als een consultancybedrijf. Inmiddels vormt het softwareplatform de kern van de onderneming: een digital twin voor industriële energiesystemen, die inmiddels ook real-time sturing van assets mogelijk maakt. In de kern blijft Entras evenwel een dienstverlener, benadrukt Vanfraechem. “Een fabriek laten meebewegen met de energieprijzen moet immers live gebeuren, op basis van real-time data. Dat vraagt een ander soort oplossing dan in de meeste andere sectoren.”
Wat maakt de industrie zo bijzonder? Het draait er nooit om elektriciteit alleen, maar om energie in de brede zin, legt Vanfraechem uit. Bij energie-intensieve bedrijven vormt warmte doorgaans twee derde van het verbruik, en die wordt in Europa nog grotendeels met gas opgewekt. Een aanpak die zich beperkt tot elektriciteit, bijvoorbeeld simpelweg de gasboiler vervangen door een elektrische, volstaat daarom niet. Een sluitende business case is daarmee niet mogelijk.
Drie mirakels
Elektrificatie is niet de enige piste in de energietransitie, stelt Vanfraechem. “Zo kunnen bijvoorbeeld ook biogas of waterstof, hoewel dat laatste een overroepen hype bleek, een rol spelen. Toch is elektrificatie de hoeksteen, voor zowel effectief gebruik van hernieuwbare energie als internationaal kostenvoordeel. Vroeger zeiden we dat we een mirakel nodig hadden om klimaatverandering op te lossen. We kregen er drie: wind, zon en nu ook batterijopslag. Voor de meeste bedrijven is er vandaag technologisch een haalbaar pad om competitief te blijven, met energiezekerheid tegen een concurrerende prijs.”
Geen evidentie
Gaat het snel genoeg met de elektrificatie in de industrie? Europa ziet zichzelf graag als koploper, stelt Vanfraechem allereerst. Maar landen als China, India en Brazilië gaan sneller. Ook België loopt niet voorop, om goede redenen. De Belgische industrie is complex, met continue processen en hoge betrouwbaarheidseisen.
“De grote commodity-industrieën in onze havens concurreren wereldwijd en torsen een reëel kostennadeel. Investeringen in geëlektrificeerde productie vergen langetermijnzekerheid. Die is nu niet vanzelfsprekend. Toch gebeurt er behoorlijk wat, vooral in het middensegment. Zo worden in de voedingsindustrie en de tuinbouwsector bijvoorbeeld stappen gezet, al vallen die minder op door de kleinere bedrijfsgrootte en investeringen”, vertelt Vanfraechem.
Trage transformatie
Vanfraechem onderscheidt vier voorwaarden om elektrificatie te doen slagen. De eerste twee, kapitaal en betrouwbare, competitieve elektriciteit, vormen vandaag niet het grootste probleem, zo stelt hij. Infrastructuur is dat wel. De ruimte op het stroomnet remt de elektrificatie af.
“Voldoende bewustzijn over het belang van de beschikbare netcapaciteit ontbreekt. Er zou echt een crisisplan voor moeten komen. Op transmissienetniveau gaat het nog, hoewel er vergunningsproblemen voor nieuwe hoogspanningsverbindingen zijn, onder meer door weinig draagvlak bij de bevolking. Op distributienetniveau, waar duizenden kleine projecten moeten worden geïmplementeerd, loopt het echt te traag. In Vlaanderen leeft bij veel stakeholders het idee dat het even de verkeerde kant opging, maar dat het nu onder controle is, onder meer door flexcontracten. Ik heb echter het gevoel dat er te weinig een gevoel van druk is.”
Nood aan knowhow
Naast infrastructuur noemt Vanfraechem een gebrek aan expertise, zowel bij bedrijven als in de politiek, als bottleneck voor elektrificatie. “Dat is geen verwijt. De wereld ziet er vandaag totaal anders uit dan tien jaar geleden. Niet iedereen heeft zich daar al op aangepast. Zo zijn veel aangeboden oplossingen zoals energiemanagementsoftware nog ‘electric only’ en dus niet volwassen genoeg voor de industrie. Die keten is nog zoekende, al groeit de maturiteit stilaan.” Daarnaast wijst hij op hardnekkige mythes die elektrificatie in de weg zitten.
Dure misvattingen
Volgens Vanfraechem dekken bedrijven zich terecht in op de termijnmarkt, maar veronderstellen ze dan onterecht dat ze niet meer blootgesteld zijn aan volatiele spotprijzen. Dat klopt niet. “Hedgen is een financieel instrument om risico te beperken, maar staat los van het feit dat je in realtime nog altijd blootgesteld bent aan spotprijzen.” Een tweede voorbeeld raakt aan de stroomfactuur zelf. Die betreft niet alleen de groothandelsprijs maar ook de netkosten, met steeds prominenter het capaciteitstarief voor piekverbruik.
“Wie daar geen rekening mee houdt, bouwt een wankele businesscase. Ik zag dat al meermaals fout gaan. Denk aan leveranciers die een grote batterij aanbieden en daarbij mooie inkomsten voorspiegelen. Genereert dergelijk systeem jaarlijks 300.000 euro op de groothandelsmarkt, maar gaat de helft op aan netkosten? Dan leidt dat tot onaangename gesprekken in de waardeketen, terwijl met de oplossing op zichzelf niets mis is.”
Te dure elektriciteit
Er moet meer stuurbare vraag komen op het moment dat er veel aanbod is, stelt Vanfraechem. Hij noemt dat pure economische logica. Dat betekent het energieverbruik verschuiven in de tijd: in essentie dus flexibiliteit. Elektrificatie in de industrie, meer nog dan batterijen, maakt dat onder andere mogelijk, zodat deze op momenten van overschot kan worden verbruikt. Om dat mogelijk te maken ziet hij drie prioriteiten voor de overheid. De eerste is elektriciteit niet overdreven zwaar belasten.
Elektriciteit mag normaal ongeveer twee en een half keer duurder zijn dan gas. De huidige verhouding noemt Vanfraechem een ramp voor de Belgische eindgebruiker. “Daarnaast moeten de netkosten correct worden gestructureerd. Het huidige capaciteitstarief werkt contraproductief en remt de energietransitie af. Eén piek van een megawatt kan al 100.000 euro per jaar kosten, wat elke businesscase onmogelijk maakt. Dat tarief moet dynamischer en lager.”
Ten derde moet vergunningverlening worden versneld. “Ik weet: dat is lastig met zoveel verschillende belangen, maar het is cruciaal”, aldus Vanfraechem.
Zien is geloven
Wat moet de industrie zelf doen? Investeren in een gedigitaliseerd energiesysteem, waarin alles in realtime gemeten en gestuurd kan worden, aldus Vanfraechem. Daar begint alles mee. “Dat is op veel plekken al gebeurd, maar lang niet overal even goed.” Zijn tweede tip luidt ‘begin gewoon’.
“Dat hoeft geen megaproject te zijn. Ook op een klein stuk van de fabriek starten bouwt maturiteit en skills op. Uiteindelijk hebben we het ook over een kwestie van vertrouwen en daar gaat begrip aan vooraf. Zo’n aanpak maakt het allemaal minder abstract: bijvoorbeeld door op een dashboard live te zien wat een e-boiler, buffervat of warmtepomp die dag bespaart of oplevert. Dat zien we ook bij onze klanten: wie er eenmaal aan begint, zet binnen het jaar meestal een volgende stap.”









