Fossielvrij verwarmen moet de norm worden

Terug
21.04.2026 Hoofdartikel
Kevin Vercauteren Journalist
Fossielvrij verwarmen moet de norm worden

Vlaamse gezinnen houden voorlopig koppig vast aan gas en stookolie om hun huis te verwarmen. Hoewel warmtepompen zonder twijfel de meer duurzame optie zijn, wordt bij renovatie slechts in 10 procent van de gevallen voor die oplossing gekozen. Een opvallende vaststelling en eentje, die zowel de overheid als de sector tot nadenken heeft gestemd. Beide partijen schakelen nu een versnelling hoger, want het streven is om tegen 2030 het percentage op te krikken naar 70 procent. De ondertekening van het warmtepompcharter zet die ambitie kracht bij en stuurt van overheidswege het niet mis te verstane signaal uit dat elektrisch verwarmen de richting is die we uit moeten.

Elektriciteit moet goedkoper

De cijfers spreken boekdelen. Er is duidelijk meer aan de hand dan eindgebruikers die vasthouden aan wat ze kennen. De Vlaming kijkt in de eerste plaats naar zijn portemonnee. En dan blijken warmtepompen vooralsnog niet interessant genoeg: de dure elektriciteit duwt de terugverdientijd ruim voorbij de horizon van 10 jaar. Dat is gewoon te lang.

Het warmtepompcharter wil de randvoorwaarden aanpakken die de opmars van warmtepompen tegenhouden. Dure elektriciteit staat vrijwel bovenaan dat lijstje met hinderpalen. Daar is dus een belangrijke taak weggelegd voor onze beleidsmakers en dat beseffen ze ook.

De federale regering heeft met de verhoogde accijnzen op fossiele brandstoffen en de modernisering van het btw-stelsel in het voordeel van warmtepompen – 21procent voor gasketels terwijl voor warmtepompen het tarief van 6 procent blijft gelden – al mediërende maatregelen genomen.

In Vlaanderen staat er eveneens een ingrijpende taxshift op stapel, die als bedoeling heeft de balans verder in de richting van warmtepompen te doen kantelen. Immers, de gewijzigde heffingen zullen de elektriciteitsfactuur van de gezinnen vanaf 2028 met ongeveer 150 euro per jaar verlichten.

Omgekeerd zal gas rond de 45 euro duurder worden. Bovendien komt daar voor gas als gevolg van een nieuw Europees emissiehandelssysteem (ETS2) nog naar schatting 140 euro bovenop. Samen zal dat totaalpakket aan ingrepen de businesscase van warmtepompen een stuk aantrekkelijker maken, zeker als je daar de goedkopere leningen en de premies, die kunnen oplopen tot 8.000 euro, bij optelt. Dit is signaalpolitiek mét impact.

De klantenreis moet beter

Terwijl de overheid vooral focust op de financiële aspecten, belooft de sector van zijn kant volop in te zetten op het begeleiden, informeren en ontzorgen van de eindklant gedurende de volledige levensduur van de warmtepomp. Ook dat maakt deel uit van het warmtepompcharter.

Als klanten aarzelen over de aankoop van een warmtepomp, heeft dat zeker ook te maken met een gebrek aan kennis. Ze weten niet welk type het beste aansluit bij hun behoeften of twijfelen of hun woning überhaupt klaar is voor een warmtepomp. Daarom is het aan de sector om daar helder over te communiceren en te wijzen op het bestaan van de Energiehuizen, naast tools als ‘Warmtepompklaar’, die precies zijn bedoeld om gezinnen bij dat soort vragen te helpen.

Met de ondertekening van het charter geeft de sector aan die ondersteunende rol te willen opnemen. Daarvoor wordt niet in het minst naar de installateur gekeken. Niemand die beter geplaatst is om als ambassadeur van de energietransitie op te treden. Conform het engagement verankerd in het charter zullen opleiding en bijscholing dan ook nog meer aandacht krijgen.

“Niet alleen is het belangrijk om installateurs van gas- en stookolieketels aan boord te krijgen, ook de jonge generatie moet warm gemaakt worden voor de verwarmingsoplossing van de toekomst.” Aan het woord is Ellen van Mello, beleidsmedewerker bij het Warmtepompplatform van ODE-Vlaanderen, dat samen met Techlink, Frixis, Climafed, Bouwunie, Embuild en Btecch het warmtepompcharter ondertekende. “Nu het beleid de knoop heeft doorgehakt en ondubbelzinnig voor warmtepompen heeft gekozen, biedt dat nieuwe kansen en een vorm van jobzekerheid. Laat dat de boodschap zijn om nieuwe installateurs te overtuigen.”

Combinatie van maatregelen maakt het verschil

Uiteraard juichen de fabrikanten van warmtepompen het initiatief toe. Er moest volgens hen ook dringend iets gebeuren om de dingen in beweging te zetten, want veel gezinnen struikelen vooralsnog over de (te) hoge financiële drempel. Bovendien zagen velen, mede als gevolg van een te complexe en versnipperde communicatie, het bos door de bomen niet meer. Dat zorgde ervoor dat klanten teruggrepen naar de vertrouwde oplossingen.

“Omdat het charter verschillende maatregelen combineert en de oorzaken van de groeivertraging vanuit meerdere invalshoeken tegelijk aanpakt, kan dit wel eens het omslagpunt betekenen”, zegt Jannick van Keer, werkzaam als Team leader bij Panasonic. Hij is dan ook hoopvol dat we tegen 2030 grote stappen zullen hebben gezet en misschien zelfs de zeer ambitieuze doelstelling van 70 procent zullen halen.

Veel meer dan extra rondje subsidies

Het warmtepompcharter laat zich niet wegzetten als het zoveelste rondje subsidies uitdelen in een poging om een stagnerende technologie nieuw leven in te blazen. De overheid heeft resoluut de kaart van warmtepompen getrokken en wil daarom in nauwe samenwerking met de sector alle pijnpunten bij de wortel aanpakken. In die zin is het warmtepompcharter de bezegeling van een totaalaanpak, die op korte termijn vruchten moet afwerpen. Al in 2030 zullen we weten of dat is gelukt.